Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: houtopstand: één of meer bomen of boomvormers die onderdeel kunnen zijn van een bijzondere boom, groenzone of hoofdboomstructuur; dan wel houtachtige gewassen die onderdeel kunnen zijn van een beschermd klein landschapselement. boom: een plant met een houtige stam, zowel vitaal als afgestorven, die zich eerst op enige hoogte boven de grond vertakt. interessante boom: een solitaire boom, boomgroep of bomencluster welke volgens het ‘uitvoeringsbesluit boomwaarderingsmethode Woudenberg’ als zodanig is geclassificeerd. monumentale boom: een solitaire boom welke is opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen of die volgens het ‘uitvoeringsbesluit boomwaarderingsmethode Woudenberg’ als zodanig is geclassificeerd. groenzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen, zoals een park; hoofdboomstructuur: bomenrijen en -lanen en andere lijnvormige structuren van houtopstanden; hakhout: ook wel boomsingel; één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; klein landschapselement: de groene componenten van het landschap met een beperkte oppervlakte of een klein volume, die het landschap mee opbouwen en er een inhoud en identiteit aan geven en die niet onder de Wet natuurbescherming vallen. beschermde houtopstand: een houtopstand die is vastgelegd op de boomstructuurkaart en in het register beschermde houtopstanden. beschermd klein landschapselement: een punt-, lijn-, of vlakelement vastgelegd op de boomstructuurkaart, bestaande uit een houtopstand met een kleinere oppervlakte dan 10 are en niet voorkomende op de waardenkaart als bedoelt in het vierde lid van artikel 26 van de Landschapsverordening van de Provinciale Staten van Utrecht. boomstructuurkaart: topografische kaart met daarop aangegeven groenzones, hoofdboomstructuur, interessante bomen en monumentale bomen. register beschermde bomen: register waarin de beschermde bomen staan. vellen: onder vellen van een houtopstand wordt verstaan: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van knotten en kandelaberen van bomen welke dit nog niet zijn; het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; het in zo geringe mate te onderhouden, dat daardoor de instandhouding van de houtopstand gevaar loopt. dunning: velling ter uitvoering van noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, ter bevordering van het voortbestaan van andere houtopstanden. noodkap: kap van een boom, waar bij de vergunning wordt afgeweken van de bezwaartermijn, omdat er acuut gevaar is voor de publieke veiligheid. noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden: reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden, gericht op instandhouding. fysiek-ruimtelijke boomwaarde: de betekenis van een boom, uitgedrukt in punten, dat wordt gevonden door toepassing van het Uitvoeringsbesluit boomwaarderingsmethode Woudenberg. financiële boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door toepassing van de zogenaamde (Verbeterde) Methode Raad. college: het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Woudenberg. bevoegd gezag: het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel