Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Algemeen

Onderdeel van Coffeeshopbeleid gemeente Lochem 2017

Bij het vaststellen van beleid waarbij geen enkele coffeeshop binnen de gemeente wordt toegestaan komt, ingevolge jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan de burgemeester een zekere beoordelings- en beleidsvrijheid toe. Overigens acht de Afdeling bij de beoordeling van een nuloptiebeleid van belang dat de exploitatie van een coffeeshop de acceptatie van een systematisch handelen in strijd met de wettelijke voorschriften inhoudt in een voor het publiek openstaande inrichting, waarbij bovendien overlast voor de omgeving kan ontstaan. Tegen deze achtergrond moet worden geoordeeld dat de burgemeester in het gegeven juridische kader in beginsel de vrijheid toekomt om ter bescherming van het woon- en leefmilieu dan wel de openbare orde het beleid te voeren geen enkele coffeeshop toe te staan, mits de burgemeester deugdelijk kan motiveren waarom hij dit beleid in de gegeven plaatselijke omstandigheden redelijk en wenselijk acht. Aan de deugdelijkheid van deze motivering mogen echter niet zodanig hoge eisen worden gesteld, dat alleen bij zeer bijzondere lokale omstandigheden een dergelijk beleid aanvaardbaar zou worden geoordeeld. De gemeente Lochem hanteerde al het nuloptiebeleid. Er werden geen coffeeshops gedoogd. Bij de vraag of thans opnieuw een nuloptiebeleid gevoerd kan worden is een aantal zaken van belang. Hieronder zal hier puntsgewijs op worden ingegaan.

Rechtspraak bij dit artikel