**1..** Het college kan - geheel of gedeeltelijk - afzien van terugvordering indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn (artikel 58 lid 8 PW en artikel 25 lid 7 IOAW en IOAZ).
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn (artikel 18a lid 7 PW en artikel 20a lid 7 IOAW en IOAZ).
**3..** Dringende redenen kunnen slechts gelegen zijn in de onaanvaardbaarheid van sociale of financiële consequenties voor de belanghebbende door de (terug)vordering en/of het opleggen van een bestuurlijke boete.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4