Bij kruimelbedragen wordt onderscheid gemaakt tussen fraudevorderingen en niet-verwijtbare vorderingen. Indien de uitkering is beëindigd, geldt het volgende:
Bij een niet-verwijtbare vordering ziet het college af van (verdere) invordering indien - na een eventuele verrekening met een tegoed aan uitkering - de (restant) terugvordering lager is dan € 100,-. De (restant) terugvordering wordt dan buiten invordering gesteld.
Voor elke fraudevordering en bestuurlijke boete wordt de belanghebbende aangeschreven en aangemaand. Dit geldt ook voor geringe bedragen. Reageert de belanghebbende bij een (restant) fraudevordering en/of een bestuurlijke boete die - na een eventuele verrekening met een tegoed aan uitkering – (in totaal) lager is dan € 50,- ook niet op de aanmaning en komt hij binnen een jaar na de aanmaning niet terug in de uitkering bij de afdeling Sociale Zaken IJsselgemeenten, dan wordt van verdere invordering afgezien. De (restant) fraudevordering en/of een bestuurlijke boete wordt dan buiten invordering gesteld.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5