Bij verminderde verwijtbaarheid kan de bestuurlijke boete worden verlaagd.
Het begrip verminderde verwijtbaarheid is geregeld bij AMvB (artikel 2a van het Boetebesluit 2017) en is ook van toepassing verklaard op de door de gemeente uit te voeren uitkeringsregelingen. In dit artikel is een aantal criteria benoemd voor het in ieder geval aannemen van verminderde verwijtbaarheid. Van belang zijn hierin de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeerde op het moment dat hij de inlichtingenplicht had moeten nakomen.
Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten, leiden in ieder geval de volgende wettelijke criteria tot verminderde verwijtbaarheid:
de betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt;
de betrokkene verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen;
de betrokkene heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting;
de overtreding van de inlichtingenverplichting of de hoogte van het benadelingsbedrag is mede te wijten aan het bestuursorgaan dat bevoegd is de bestuurlijke boete op te leggen, of
er is sprake van een samenloop van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
Er is overigens geen sprake van verminderde verwijtbaarheid als bedoeld in artikel 2a Boetebesluit 2017 als belanghebbende de brieven van de gemeente niet begrijpt. Bijvoorbeeld omdat belanghebbende de taal niet voldoende beheerst. Of wanneer belanghebbende langere tijd niet in staat is om zijn belangen te behartigen. Hij/zij zal er in dat geval voor moeten zorgen dat een derde helpt om te voldoen aan de verplichtingen. Evenmin is onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal een geldige omstandigheid voor verminderde verwijtbaarheid.
In dit artikel is geregeld dat het college de boete ook kan verlagen of er van af kan zien, wanneer er - nog afgezien van de criteria die leiden tot verminderde verwijtbaarheid genoemd in artikel 2a, tweede lid Boetebesluit 2017 - bijzondere omstandigheden zijn.
Hiervoor worden geen specifieke regels vastgesteld. Het gaat om zeer uitzonderlijke gevallen met bijzondere omstandigheden voor belanghebbende of het gezin (inwonende minderjarige kinderen). Het toepassen van de regels zou echter de grenzen van redelijkheid en billijkheid overschrijden. De beoordeling van bijzondere omstandigheden is geheel maatwerk. Dit is het geval als de boete zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor betrokkene of het gezin. Omdat er al mogelijkheden zijn om de boete te verlagen bij verminderde verwijtbaarheid, zal het afzien van een boete bij bijzondere omstandigheden niet vaak voorkomen. Verder kan belanghebbende een beroep doen op een hardheidsclausule.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Verlagen of afzien van de boete
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2017 A