De kindgebonden subsidie wordt betaald aan het bestuur van de gecertificeerde voor¬schoolse voorziening voor maximaal het aantal schoolweken per kalenderjaar.
De kindgebonden subsidie gaat in op de eerste dag van de schoolweek waarin de peuter een VVE-plaats bezet.
De kindgebonden subsidie eindigt de laatste dag van de schoolweek waarin de peuter om welke reden dan ook, de voorschoolse voorziening verlaat.
Indien de peuter in juni of juli 4 jaar wordt en nog niet naar school kan voor de zomervakantie, kan de opvang automatisch verlengd worden tot de eerste dag van de zomervakantie.
Indien een peuter een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) heeft voor speciaal (basis) onderwijs maar nog op een wachtlijst staat, kan de peuter de opvang ook op 4-jarige leeftijd vervolgen totdat er plaats is op school.
Indien een peuter in een andere maand 4 jaar wordt en om een andere reden dan genoemd onder lid 6.4 of 6.5 niet naar school kan, dan wordt toestemming gevraagd aan het college voor een verlenging van de peuteropvang tot een maximum van 10 weken.Hiervoor wordt door de kinderopvanginstelling een brief aan de gemeente verstuurd met daarin:
het plan dat uitgevoerd zal worden
Tijdsduur (maximaal 10 weken)
Ondertekend door zowel de voorschool als de school (incl. naam en functie).
Het besluit vanuit de gemeente volgt maximaal 2 weken na dagtekening en mag ambtelijk en per mail worden afgedaan. Toetsingscriteria zijn: belang van het kind, toelaatbaarheid onderwijs en knelpunten hierbij.
Artikel 6
Subsidieduur
Onderdeel van Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht