De gecertificeerde instelling bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, voor welke ouders zij in aanmerking wenst te komen voor een kindgebonden subsidie.
De gecertificeerde instelling brengt bij ouders, die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (belastingdienst) een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in rekening en brengt deze in mindering op de gevraagde subsidie.
De gecertificeerde instelling rapporteert per kwartaal cumulatief per geplaatste peuter de volgende gegevens:
BSN-nummer peuter en ouder(s)
NAW gegevens peuter
geboortedatum
startdatum
einddatum, indien relevant.
naam kindcentrum waar de kinderopvanginstelling deel van uit maakt, dan wel in de doorgaande lijn mee samenwerkt
naam organisatie kinderopvang
geïndiceerd of niet-geïndiceerd
WKO/niet-WKO
ouderbijdrage %
De gecertificeerde instelling vermeldt bij deze rapportage op locatieniveau lrk-nummer en adres van de locatie.
De gecertificeerde instelling voegt bij de rapportage een overzichtslijst toe op welke manieren de inkomens van ouders worden getoetst, op voorwaarde dat in de eigen administratie voor de eigen accountant terug te vinden is op welke wijze het inkomen van de ouders is getoetst en dit minimaal steekproefsgewijs door de accountant wordt gecontroleerd. Indien dit niet het geval is, dient per geplaatste peuter ook de soort inkomenstoets te worden vermeld.
De gecertificeerde instelling geeft in een aparte rapportage aan welke kinderen ook na hun 4e in aanmerking komen voor kindgebonden financiering, evenals de reden ervan (art. 6.4 t/m 6.6).
Artikel 7
Aanvraag en verlening
Onderdeel van Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht