Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Aanvraag en vaststelling subsidie

Onderdeel van Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht

Uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, rapporteert het bestuur over het totaal van de hiervoor vermelde kwartaalgegevens. De subsidie wordt vastgesteld op de daadwerkelijk bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief en onderverdeling naar categorieën van artikel 7. De financiële verantwoording sluit aan bij de rapportage per kind door ofwel een accountantsverklaring, ofwel een met bedragen per kind op basis van feitelijke deelname. Ten behoeve van het wel of niet indienen van een accountantsverklaring dienen alle subsidies die in het kader van VVE aan een organisatie worden verstrekt bij elkaar opgeteld te worden. Het gaat dan in ieder geval over de kindgebonden subsidie en de subsidie voorschoolse educatie. Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van de subsidies boven de € 50.000 komt is een accountantsverklaring verplicht. In de accountantsverklaring is met betrekking tot de kindgebonden financiering minimaal opgenomen: Het ontvangen voorschot subsidiebedrag Het bedrag waarop men recht heeft op grond van de verordening kindgebonden financiering De parameters die bij de controle zijn gebruikt, waarbij minimaal (al dan niet steekproefsgewijs) is gecontroleerd op: feitelijke deelname per kind, rekening houdend met het aantal schoolweken of ouders in aanmerking komen voor een toeslag kinderopvang van de belastingdienst de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders of er sprake is van een indicatie VVE. Indien het college een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient de aanvrager ervoor zorgt te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel