1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2018.
2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem’.
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn in de vergadering van 14 november 2017,
de secretaris, de burgemeester,
drs. ing. P.D. Wekx MBA, mr. drs. J.W.E. Spies
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem in de vergadering van 21 november 2017,
de secretaris, de burgemeester,
M.E. Spreij, mr. K.M. van der Velde-Menting
Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem
Door een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per I januari 2015 bestaat er voor gemeenschappelijke regelingen een nieuwe vorm van rechtspersoonlijkheid.
Naast het openbaar lichaam, dat een geleed bestuur kent (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter), is het mogelijk voor taken op het gebied van bedrijfsvoering en uitvoering, een bedrijfsvoeringsorganisatie (bvo) op te richten, dat een ongeleed bestuur heeft (alleen een bestuur).
Voor deze, niet beleidsmatige, taken kan volgens de wetgever worden volstaan met een minder zware bestuursstructuur. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan wensen vanuit de bestuurspraktijk.
Het oprichten van een bedrijfsvoeringsorganisatie is een bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders. Het bestuur wordt dan ook gevormd door collegeleden. Wel dient de gemeenteraad op grond van artikel I van Wgr toestemming te geven om aan een dergelijke regeling deel te nemen. Daarnaast blijft er een inlichtingen- en verantwoordingsplicht jegens de raad en vervult de raad een (bij de wijziging van de Wgr versterkte) rol in het kader van de begroting en jaarrekening.
Artikel 2
Voor de naam van de g.r. is aansluiting gezocht bij de uitvoeringstaken, die de bvo krijgt.
Een rechtspersoon dient een vestigingsplaats te hebben. De vestigingsplaats betekent niet dat hier ook het kantoor is. Dat kan in een andere of meerdere plaatsen zijn. De opzet is dat de bvo is gehuisvest in de bestaande kantoren van de deelnemende gemeenten. Daardoor worden desintegratiekosten zoveel mogelijk voorkomen.
Artikel 3
Op grond van artikel 10, lid I, Wgr dient de regeling te vermelden het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd. In overeenstemming met de bedoelding van de wetgever is deze regeling alleen gericht op taken van bedrijfsmatige aard en uitvoerende taken, zonder een beleidsmatige component. Het vaststellen van beleid en verordeningen blijft bij de deelnemers aan deze regeling.
Artikelen 4
Om niet telkens de regeling te moeten wijzigen wordt uitgegaan van een zo groot mogelijke Flexibiliteit op het gebied van de taakuitvoering. Voor de relatie tussen de deelnemers en de bvo is de dienstverleningsovereenkomst van belang die volgens artikel 4, lid 2, dient te worden aangegaan voordat de taken voor de gemeenten kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast is de uitvoeringsregeling (artikel 4, lid 3) van belang waarin een nadere uitwerking van de wijze waarop de taken door de bvo worden uitgevoerd.
Artikel 6 en 7
Op grond van de Wgr kent de bedrijfsvoeringsorganisatie alleen een bestuur. Artikel l4a van de Wgr regelt dat elk college één of meerdere lid/leden in het bestuur heeft en uit zijn midden benoemt. Deze gedragslijn wordt gevolgd. De regeling verzet zich er niet tegen, dat de gekozen bestuursleden iemand machtigen om hen te vertegenwoordigen en namens hen hun (gewogen) stem uit te brengen.
In artikel 7, lid 3 is conform artikel 13, vierde lid van de wet een bepaling opgenomen over wijze waarop besluiten door het bestuur worden genomen. Een en ander om aan te geven, dat de stemmen van Alphen aan den Rijn als grootste gemeente zwaarder wegen dan de stemmen van Kaag en Braassem.
Artikel 9
De bedrijfsvoerinsgorganisatie heeft een directie. Deze directie ondersteunt het bestuur en zorgt voor de dagelijkse aansturing. De regeling voorziet erin dat er in ieder geval één directeur – zijnde de Chief Information Officer van Alphen aan den Rijn – is. Het kan gewenst zijn dat er nog één of meer andere directeuren worden aangesteld, b.v. voor de gebieden, waarop de dvo uitvoerende diensten verleent.
Artikel 11
Hiermee wordt geregeld dat op deze (eenvoudige) begrotingswijziging niet de wensen- en bedenkingenprocedure van de gemeenteraad van toepassing is.
Artikel 12
In de opstartfase wordt uitgegaan van een nader te bepalen bijdrage in de werkelijke gemaakte kosten van de bvo door de deelnemers die bestaat uit een instandhoudingsbijdrage van de deelnemende gemeenten en per deelnemer de in de dienstverleningsovereenkomst opgenomen vergoeding voor de dienstverlening.
HOOFDSTUK 10
Artikel 17
Inwerkingtreding en citeerwijze
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem