Als uurtarief voor de subsidie wordt het landelijk maximum uurtarief voor het betreffende jaar gehanteerd.
Het college stelt het per subsidiejaar geldende VVE-jaarbedrag voor 2020 vast op € 795,-. Dit VVE-jaarbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde index als het ministerie van SZW hanteert voor het landelijk maximum uurtarief.
Voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag wordt voor de ouderbijdragen de adviestabel van de VNG voor het betreffende jaar gehanteerd.
De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang.
Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:
per bezette peuterplaats voor peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: minimaal 280 en maximaal 320 uur per jaar maal het uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;
per bezette VVE-peuterplaats voor peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: minimaal 640 en maximaal 660 uur per jaar maal het uurtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage over 320 uur per jaar;
per bezette VVE-peuterplaats voor peuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: minimaal 320 en maximaal 340 uur per jaar maal het uurtarief; ouders nemen naast deze uren tenminste 320 uur per jaar af, over deze uren kunnen zijn kinderopvangtoeslag aanvragen;
per doelgroeppeuter: een VVE-jaarbedrag, waarbij het bedrag naar rato wordt verstrekt indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt.
Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
Artikel 4
De grondslag voor de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Kampen