Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de subsidie voor peuterplaatsen en voor de subsidie voor VVE-peuterplaatsen. Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld volgens de volgende rangschikking:
voor peuterplaatsen:
reeds geplaatste peuters van niet-toeslagouders op 1 november van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode; daarna
peuters die staan ingeschreven en plaatsbaar zijn in een peuteropvanglocatie in Zalk, Grafhorst, Wilsum, ’s Heerenbroek, Kampereiland of Kamperveen; tenslotte
nog te plaatsen peuters, naar evenredigheid verdeeld;
voor VVE-plaatsen:
reeds geplaatste doelgroeppeuters op 1 november van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode; daarna
doelgroeppeuters die staan ingeschreven en plaatsbaar zijn in een peuteropvanglocatie in Zalk, Grafhorst, Wilsum, ’s Heerenbroek, Kampereiland of Kamperveen; tenslotte
nog te plaatsen doelgroeppeuters, naar evenredigheid verdeeld.
De subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden.