Naar hoofdinhoud
Voor subsidiëring kunnen uitsluitend de volgende drie kostensoorten in aanmerking komen: de loonkosten van beroepskrachten; huisvestingslasten: de locatie gebonden kosten voor de eventueel benodigde ruimte; materiaal- en activiteitenkosten voor zover deze een directe relatie hebben met de gesubsidieerde activiteit. De kosten op grond van het eerste lid komen uitsluitend in aanmerking voor subsidiëring indien en voor zover zij naar het oordeel van het college gezien de uit te voeren activiteit redelijk zijn en niet op een andere wijze reeds gefinancierd zijn of kostendekkend te financieren zijn. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het gestelde in eerste en tweede lid én op basis van een realistische prognose van het aantal cliënten en het aantal dagdelen (dagbesteding) of het aantal cliënten en het aantal uren (individuele begeleiding).

Rechtspraak bij dit artikel