Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Bijzondere verordening subsidies algemene voorzieningen specifieke doelgroepen Heemstede

In aanvulling op hoofdstuk 4 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: gedurende de periode van de subsidieverlening dient de subsidieontvanger te blijven voldoen aan het gestelde in artikel 4; de gesubsidieerde activiteiten dienen te worden aangeboden aan cliënten; de dagbesteding dient te worden aangeboden gedurende 52 weken per jaar, verspreid over 5 of 6 dagen per week, op een locatie die hiervoor naar het oordeel van het college geschikt is; bij het uitvoeren van de dagbesteding dient sprake te zijn van 1 beroepskracht op maximaal 8 deelnemers; de activiteiten dienen in ieder geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te worden uitgevoerd; en met inachtneming van het bepaalde in de machtiging, te worden afgestemd op de reële behoefte van de cliënt, en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; en in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voorvloeiend uit de professionele standaard, te worden uitgevoerd; aan cliënten wordt door de subsidieontvanger geen bijdrage in de kosten van de activiteit (en) gevraagd; de aanwezigheid van de deelnemers bij de dagbesteding (per dagdeel) en de uren gedurende welke ondersteuning wordt geboden bij het regelen van dagelijkse zaken dient door de subsidieontvanger in een deugdelijke administratie te worden geregistreerd; vrijwilligers kunnen uitsluitend onder verantwoordelijkheid van beroepskrachten bijdragen aan de uitvoering van de activiteiten; de ten behoeve van de activiteiten in te zetten beroepskrachten en vrijwilligers dienen in het bezit te zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; de subsidieontvanger dient onverwijld het college te informeren indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is; de subsidieontvanger dient onverwijld het college te informeren indien zich een incident voordoet met een ernstig gevolg; de subsidieontvanger dient het college schriftelijk te informeren: over beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de gesubsidieerde activiteiten of op de ontbinding van de rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële of organisatorische verhouding met derden; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon; wijziging in de bestuurssamenstelling; medewerking te verlenen aan evaluatie en monitoring van de gesubsidieerde activiteiten, onder andere via het leveren van verantwoordingsrapportages; medewerking te verlenen aan voortgangsgesprekken met een door het college aan te wijzen persoon en met een door het college te bepalen frequentie. Het college kan bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel