• - Het college verleent aan de directeur mandaat voor het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen welke nodig zijn ter uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst welke tussen de gemeente Amersfoort en de RUD Utrecht gesloten is.
  • - [Vervallen]
  • - Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten tot de intrekking van een vergunning overeenkomstig artikel 5.19 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
  • - Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede het vertegenwoordigen van de gemeentelijke bestuursorganen in beroeps- en hogerberoepsprocedures bij de bestuursrechter.
  • - Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, behelst niet de bevoegdheid tot besluiten tot de inzet van het bevelsinstrumentarium uit hoofdstuk IV, §1 en 3 alsmede artikelen 55b en 74 Wet bodembescherming, besluiten tot het nemen van ongewone maatregelen als bedoeld in de artikelen 30, 32 en 33 Wet bodembescherming en besluiten tot het gedogen van onderzoek als bedoeld in de artikelen 70, 71 en 72 Wet bodembescherming.
  • - De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in heteerste lid, in ondermandaat opdragenaan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in de bijlageuitdrukkelijk is uitgesloten.