Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Hoogte van de bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017

Het college stelt de hoogte van de individuele bijzondere bijstand vast aan de hand van de uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Dat zijn de werkelijke kosten of op basis van de goedkoopste en adequate voorziening. Daaronder kan bijvoorbeeld de reparatie vallen van een duurzaam gebruiksgoed. Voor het vaststellen van de hoogte van de individuele bijzondere bijstand kan het college gebruik maken van richtprijzen. Die richtprijzen kunnen worden gebaseerd op bepaalde bronnen zoals: De NIBUD-Prijzengids De Wet Inkomstenbelasting 2001 De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 De Regeling zorgverzekering Openbaar Vervoer Collectieve aanvullende zorgverzekering Voor de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen gelden de volgende uitgangspunten: belanghebbende verstrekt een concreet overzicht van de aan te vragen duurzame gebruiksgoederen; belanghebbende verstrekt een aantoonbare verifieerbare kostenopgave op basis van tweedehands richtprijzen (kringloop of markplaats); de hoogte van de bijzondere bijstand voor niet-tweedehands duurzame gebruiksgoederen bedraagt in principe niet meer dat 75% van de Nibud richtprijs en wordt in principe verstrekt in de vorm van een lening; bij een volledige inrichting die niet volledig bestaat uit tweedehands duurzame gebruiksgoederen dan hanteert het college in principe 50% van de Nibud richtprijs; het college kan bij duurzame gebruiksgoederen in de vorm van witgoed afwijken van hetgeen is bepaald over tweedehands richtprijzen. Aan de belanghebbende kan bijzondere bijstand voor de kosten van het opknappen van de woning worden verleend. De opknapkosten bedragen maximaal € 300,- en wordt om niet verleend. Bij kosten van medische aard gaat het college uit van de richtprijzen die door de collectieve aanvullende zorgverzekering voor minima (CZM) als bedoeld in 4.5 van deze beleidsregels wordt gehanteerd. Daarbij geldt de voor de belanghebbende meest gunstige richtprijs.

Rechtspraak bij dit artikel