Nadat de hoogte van de bijzondere bijstand is bepaald rest het college om de vorm waarin de bijzondere bijstand wordt verleend te bepalen. Daarbij is het college niet vrij om zelf te bepalen in welke vorm het de bijzondere bijstand verleent. Bijzondere bijstand kan in vier vormen worden verleend:
Om niet (art. 48 lid 1 PW).
Als lening (art. 48 lid 2 PW en art. 51 lid 1 PW).
Onder borgtocht (art. 49 PW en art. 51 lid 1 PW).
In natura (art. 57 PW).
Voor incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan geldt de reserveringsplicht. Een aanvraag voor dergelijke kosten wordt in principe afgewezen. Het college kan een belanghebbende tegemoetkomen in geval van een acute noodzaak. In dat geval wordt het recht op bijstand vastgesteld op grond van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de kosten van het bestaan. De vorm van de bijzondere bijstand is dan een lening op grond van artikel 48 lid 2 van de wet.
Artikel 51 lid 1 van de wet bepaalt een dwingende volgorde voor de vorm van de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. Afhankelijk van de individuele omstandigheden van belanghebbende geldt:
borgtocht, als alleen onder deze voorwaarde een lening wordt verstrekt voor de kosten;
lening, als borgtocht niet mogelijk is; en
om niet, als bovengenoemde vormen niet aan de orde zijn.
Het college verleent de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen om niet als:
de belanghebbende meewerkt aan een minnelijk schuldhulpverleningstraject; en/of
aan de bijzondere bijstand de verplichting wordt verbonden dat geen nieuwe schulden mogen worden gemaakt; en
de bijzondere bijstand wordt verleend op basis van tweede hands richtprijzen.
Is het college van oordeel dat belanghebbende niet in staat is tot verantwoorde besteding van de bijzondere bijstand, dan kan het die bijstand in natura verlenen onder toepassing van artikel 57 van de wet. Problematische schulden of een dreigend afglijden door psychosociale problemen, dakloosheid of verslaving kan daarvoor aanleiding zijn. Bijstand in natura kan bestaan uit de kosten voor:
woonruimte met gebruik van water, gas en licht;
verzekeringen;
duurzame gebruiksgoederen; en
kleding.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Vorm van de bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017