Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 1.

Artikel 4.1

Doorbetaling vaste lasten tijdens detentie

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017

Hoewel het college, behoudens de zeer dringende redenen, niet bevoegd is bijstand te verlenen aan de persoon die rechtens zijn vrijheid (detentie) is ontnomen wordt daar in deze beleidsregels een uitzondering op gemaakt. In bepaalde schrijnende omstandigheden kan toch bijstand worden verleend voor de doorbetaling van de vaste lasten tijdens detentie. Dit houdt verband met de maatschappelijke kosten die het niet aanhouden van de woning met zich mee kan brengen en de taak die de gemeente heeft in het kader van nazorg voor ex-gedetineerden. Onder vaste lasten worden in dit kader in ieder geval verstaan: huur; voorschot bedragen (het vastrecht voor gas, water en elektra); inboedelverzekering. Het college hanteert de volgende uitgangspunten: aan een in het buitenland verblijvende gedetineerde kan geen bijzondere bijstand worden verleend voor vaste lasten voor het aanhouden van de woning in Nederland; de periode waarvoor het college bijzondere bijstand voor de doorbetaling van de vaste lasten verleend is maximaal zes maanden; voor een huurschuld van één maand of meer én waarvoor geen afbetalingsregeling is getroffen wordt geen bijzondere bijstand verleend; het college maakt een afweging tussen de kosten van doorbetaling van de vaste lasten en de kosten van het opslaan van de inboedel; het college beoordeelt de mogelijkheden tot het treffen van een regeling, al dan niet in overleg met de reclassering zoals onderverhuur; het college bepaalt in het individuele geval welke vaste lasten in aanmerking komen voor bijzondere bijstand en tot welke hoogte.

Rechtspraak bij dit artikel