Het kan voorkomen dat de beschikbaarheidsdienst en/of de inconveniëntentoeslag als gevolg van de invoering van H3 lager worden. Een eventuele achteruitgang wordt gecompenseerd door de eenmalig vastgestelde toelage overgangsrecht (TOR).
Deze wordt berekend door de toelage voor de beschikbaarheidsdienst en de inconveniëntentoeslag in 2014 te vergelijken met de verwachte inconveniëntentoeslag vermeerderd met de toelage beschikbaarheidsdienst in 2016. Het nadelig verschil wordt uitgekeerd in de vorm van een voorlopige TOR. In 2017 wordt de TOR definitief vastgesteld op basis van de daadwerkelijke gegevens over 2016 vergeleken met de al bekende gegeven over 2014 volgens de volgende berekening:
Alleen Muiden
Toelage S4, S5, S6 op 31 december 2015,
+
Kledingtoelage
+
Rijwieltoelage
+
TOR 1
=>
Muiden, Naarden en Bussum
Beschikbaarheidsdienst 2014
+
Inconveniëntentoeslag 2014
+
resultaat
Beschikbaarheidsdienst 2016
-/-
Inconveniëntentoeslag 2016
-/-
TOR 2
=>
TOR totaal
In afwijking van het landelijk overeengekomen overgangsrecht H3 wordt de TOR maandelijks uitbetaald. Voor het overige volgt de TOR de landelijke afspraken over het overgangsrecht H3.
HOOFDSTUK 1
Artikel 11
TOR H3 berekening
Onderdeel van RECHTSPOSITIEREGELING EN OVERGANGSRECHT FUSIE NAARDEN MUIDEN EN BUSSUM