Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Arrangement

Onderdeel van Nota Damoclesbeleid gemeente Hulst 2017

Voor de uitvoering van het beleid is onderstaand handhavingsarrangement vastgesteld waarin de diverse verschijningsvormen van drugshandel met daarop de bestuursrechtelijke maatregelen zijn opgenomen. Om de naamsbekendheid van het drugspand en de aanloop naar de betreffende locatie teniet te doen, zijn de termijnen die in dit beleid zijn genoemd noodzakelijk. Sluiting is gerechtvaardigd ter bescherming van de openbare orde en het woon– en leefklimaat. Volgens jurisprudentie prevaleert dit algemeen belang boven het belang van de eigenaar. Handel in harddrugs is een dermate ernstige verstoring van de openbare orde dat altijd direct tot sluiting wordt overgegaan. Indien er sprake is van handel in zowel soft- als harddrugs, wordt de maatregel opgelegd die geldt bij de constatering van handel in harddrugs. Indien handel in softdrugs wordt geconstateerd nadat er al een maatregel is opgelegd voor de handel in harddrugs, wordt de maatregel opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering van handel in softdrugs. Indien handel in harddrugs wordt geconstateerd nadat er al een maatregel is opgelegd voor handel in softdrugs, wordt de maatregel opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering voor handel in harddrugs. In beginsel is het voor het bestuursrechtelijk optreden niet van belang of de betrokkene(n) de overtreding heeft begaan. De feitelijke constatering van overtreding van de Opiumwet is voldoende om over te gaan tot handhavend optreden. Daarnaast speelt de persoonlijke verwijtbaarheid van de betrokkene(n) van het pand waarin handel wordt geconstateerd geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het pand noopt. Voor de toepassing van de in dit beleid opgenomen handhavingstappen is ook niet vereist dat een overtreding volgend op een eerdere overtreding door dezelfde persoon wordt begaan. Uitgangspunt is dat het bestuursrechtelijk optreden niet persoonsgebonden, maar pand-gebonden is. Een uitzondering hierop vormt de situatie dat een persoon, na een eerdere constatering van drugshandel door deze persoon in een bepaald pand, zich opnieuw schuldig maakt aan drugshandel in een ander pand. In een dergelijk geval wordt bij de op te leggen maatregel de eerste constatering van drugshandel ten volle meegewogen en is de maatregel die hoort bij de 2e of volgende constatering van toepassing. Lokalen Uitgangspunt voor lokalen is dat bij het aantreffen van voor de handel bestemde drugs (in een grotere hoeveelheid dan voor eigen gebruik) altijd direct wordt gesloten. Indien er sprake is van (meerdere) verzwarende omstandigheden kan voor langere tijd worden gesloten, zie de indicatorenlijst. Constatering 1e overtreding 2e overtreding (binnen 5 jaar) 3e overtreding (binnen 5 jaar) Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs in een lokaal en/of op een bijbehorende erf Sluiting voor een periode van 3 maanden Sluiting voor een periode van 6 maanden Sluiting voor een periode van 12 maanden Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs in een lokaal en/of op een bijbehorend erf Sluiting voor een periode van 6 maanden Sluiting voor een periode van 12 maanden Sluiting voor een periode van 24 maanden Woningen Bij woningen grijpt een sluiting erger in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n). De beginselen als ‘recht op ongestoord woongenot’ (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)) en ‘huisvredebreuk’ rechtvaardigen een minder vergaande aanpak bij woningen. Zie paragraaf 2.2. voor de definitie van “kleine handelshoeveelheid”. Constatering 1e overtreding 2e overtreding (binnen 5 jaar) 3e overtreding (binnen 5 jaar) 4e overtreding (binnen 5 jaar) Verkoop van dan wel aanwezigheid van minder dan 20 planten of minder dan 30 gram softdrugs (kleine handelshoeveelheid) Schriftelijke waarschuwing Sluiting voor een periode van 3 maanden Sluiting voor een periode van 6 maanden Sluiting voor een periode van 12 maanden Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handels-hoeveelheid softdrugs Sluiting voor een periode van 3 maanden Sluiting voor een periode van 6 maanden Sluiting voor een periode van 9 maanden Sluiting voor een periode van 12 maanden Verkoop van dan wel aanwezigheid van een handels-hoeveelheid harddrugs Sluiting voor een periode van 3 maanden Sluiting voor een periode van 6 maanden Sluiting voor een periode van 12 maanden Sluiting voor een periode van 24 maanden Verzwarende omstandigheden Lokale feiten en omstandigheden kunnen aanleiding geven om af te wijken. De belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, staan in onderstaande indicatorenlijst vermeld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van enkele indicatoren kan worden aangetoond dat er verzwarende omstandigheden zijn. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid. Aan de afweging om af te wijken kunnen de volgende indicatoren ten grondslag liggen: de aangetroffen hoeveelheid middelen: de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (in ieder geval een grotere hoeveelheid dan voor eigen gebruik, in aansluiting op de meest recente Aanwijzing Opiumwet van de Procureurs Generaal3Zie o.a. https://www.om.nl/organisatie/beleidsregels/overzicht-0/algemeen/@88338/aanwijzing-opiumwet-0/). In lijn met geldende jurisprudentie hierover, kan bij hoeveelheden als bedoeld in deze Aanwijzing aangenomen worden dat sprake is van handel (hetgeen een verzwarende omstandigheid is). Er hoeft dan geen sprake te zijn van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking; indicatoren van enige professionaliteit: de professionaliteit wordt afgemeten aan de aanwezigheid van attributen in het lokaal die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen, zoals de aanwezigheid van weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen en/of overige attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt zoals assimilatielampen; de mate waarin de woning betrokken is geweest bij (eerdere) handel in verdovende middelen; er is sprake van gewelds- of openbare orde delicten; er is sprake van verboden wapenbezit en/of aanwezigheid van verboden wapens als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie; er is een vermoeden van betrokkenheid van de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n); er is een vermoeden dat de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten t.a.v. de Opiumwet en/of de Wet Wapens en Munitie en/of antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, bedreiging of diefstal en dergelijke; er is sprake van recidive bij de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n), daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen op grond van artikel 13b Opiumwet; er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet de mate van gevaarzetting en de risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving; de mate van overlast; de aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt; de aannemelijkheid dat behalve de woning en/of het lokaal of bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties zijn betrokken bij de drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt; overige feiten en omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband4Aannemelijkheid dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, kan volgens de rechtspraak blijken uit bijvoorbeeld verklaringen van betrokkenen, onderzoek van de politie of uit ander bewijs zoals het aantreffen van verpakkingsmateriaal, sealbags gevuld met henneptoppen, vuurwapens met bijbehorende munitie, grote contante geldbedragen, een weegschaal of assimilatielampen (LJN BY5106, RvS, 5-12-2012, rechtsoverweging 2; LJN: BX5656, rechtbank Utrecht, 27-08-2012, rechtsoverweging 11).. Dit is géén limitatieve opsomming. In concrete situaties kunnen andere overwegingen aan de afwijkingsbevoegdheid ten grondslag gelegd worden.

Rechtspraak bij dit artikel