De bestuursdwangmaatregel dient te bewerkstelligen:
het teniet doen gaan van de naamsbekendheid van het lokaal/woning als lokaal/woning waar drugs worden geproduceerd, verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, de loop naar dat pand te ontnemen, zodat klanten en dealers geen gebruik meer maken van dat pand voor de handel in drugs;
het buiten elke twijfel verheffen dat het pand niet beschikbaar is voor de productie, verkoop, aflevering of verstrekking van drugs;
herhaling van drugsproductie, -opslag en/of -handel voorkomen.
Bij de bepaling van de duur van de sluiting is de voorgeschiedenis relevant, waaronder die van de overtreder. Wanneer na een sluiting na verloop van tijd blijkt dat er toch weer in drugs wordt gehandeld, dan kan daaruit worden geconcludeerd dat de “loop” er kennelijk nog niet voldoende uit is gehaald. Dat rechtvaardigt een langere sluitingsduur bij herhaling van de overtreding. Dit geldt ook indien de vorige overtreding begaan werd door een andere dan de huidige overtreder, exploitant, bewoner of eigenaar of indien dezelfde overtreder, exploitant, bewoner of eigenaar op een andere locatie binnen de gemeente zijn illegale activiteiten voortzet. Dit betekent echter niet dat men tot in lengte van dagen geconfronteerd moet worden met een “misstap” in het verleden. Bij het bepalen van de termijnen van het meewegen van de voorgeschiedenis sluiten we aan bij de termijn van vijf jaren die door het Openbaar Ministerie worden gehanteerd. Recidive is aan de orde binnen vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Aard van de maatregel
Onderdeel van Nota Damoclesbeleid gemeente Hulst 2017