Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Inpassing, bezwaar en beroep

Onderdeel van Regeling functiebeschrijving en -waardering 2017

Lid 1 Het bestuursorgaan maakt schriftelijk aan de medewerker het voornemen bekend tot inpassing in een functie. De betrokken medewerker kan zijn bedenkingen over de inpassing schriftelijk kenbaar maken, zoals bedoeld in artikel 4:8 algemene wet bestuursrecht (awb). De termijn daarvoor is drie weken. Lid 2 Het college legt de bedenkingen van de belanghebbende(n) medewerkers van de ambtelijke organisatie ter advisering voor aan de directie. Binnen zes weken na het verstrijken van de bedenkingentermijn doet het college schriftelijk en gemotiveerde mededeling in welke algemene of specifieke functie de medewerker is ingepast. Deze mededeling is een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de awb. Lid 3 Ingevolge de awb kan de medewerker die zich met het inpassingbesluit niet kan verenigen, hiertegen schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaar moet binnen zes weken na bekendmaking van het inpassingsbesluit worden ingediend en bevat tenminste de naam van de indiener, de dagtekening en de gronden waarop het bezwaar rust. Lid 4 Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift ter advisering voor aan de bezwarencommissie. Het bestuursorgaan neemt in principe binnen 10 weken na de datum van indiening van het bezwaarschrift een beslissing op het bezwaar en doet hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling aan de medewerker. Lid 5 De medewerker die zich met deze beslissing niet kan verenigen kan ingevolge artikel 8:1 van de awb binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing beroep aantekenen bij de rechtbank.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel