Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Recreatie

Onderdeel van Beheersverordening Dousberg 2017

4.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: recreatief centrum, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifiekevorm van recreatie-recreatief centrum (sr-rc)’ met daarin de volgende functies: sport- en spelaccommodaties; voorzieningen ter bevordering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid; detailhandelsvoorzieningen gericht op de onder 1. en 2. Genoemde functies; horecavoorzieningen, geen hotels zijnde, gericht op de onder 1. en 2. genoemde functies; aan de functies onder 1. tot en met 4. ondergeschikte kantoorfuncties; aan de functies onder 1. tot en met 4. ondergeschikte opslag; vergaderfaciliteiten; verblijfsaccommodatie voor niet-permanente bewoning met maximaal 42 eenheden; één dienstwoning; parkeerterreinen; in- en uitritten ten behoeve van de ontsluiting van de onder 1. tot en met 9. genoemde functies. een skihelling, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-skihelling (sr-sh)’; een clubgebouw ten behoeve van de onder b. genoemde functie, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van sport-clubgebouw (ss-c)’; groenvoorzieningen; bestaande wegen; fiets- en voetpaden en overige verhardingen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; additionele voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: gebouwen mogen alleen binnen de besluitsubvlakken ‘specifieke vorm van recreatie-recreatief centrum (sr-rc)’ en ‘specifieke vorm van recreatie skihelling (sr-sh)’ worden gebouwd, met dien verstande dat het maximaal toegestane vloeroppervlak aan gebouwen binnen het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-recreatief centrum (sr-rc)’ 15.000 m² bedraagt; de bestaande bebouwing mag worden gehandhaafd dan wel worden vervangen door nieuwbouw; ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-recreatief centrum (sr-rc)’ mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven; ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-recreatief centrum (sr-rc)’ mag de goothoogte maximaal 15 meter bedragen voor maximaal 50% van de gronden die mogen worden bebouwd en maximaal 9 meter voor de overige gronden die mogen worden bebouwd; ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-skihelling (sr-sh)’ mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven; ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van recreatie-skihelling (sr-sh)’ mag de goothoogte niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: deze mogen binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer mag bedragen dan 1 meter; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende bouwhoogte [sba ab]’ mag niet meer bedragen dan 2 meter; carports/overkappingen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat: de bebouwde oppervlakte aan carports/overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m² per bouwperceel, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het onbebouwde deel van het perceel achter de voorgevellijn mag worden bebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. de bouwhoogte van artistieke kunstwerken en speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 8 meter; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 10 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 4.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: deze mogen zowel binnen als buiten het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Detailhandel ten behoeve van het recreatief centrum Het vloeroppervlak ten behoeve van de onder artikel 4 lid 1 sub a. onder 3. aangegeven detailhandelsfunctie gericht op het recreatief centrum mag niet meer bedragen dan 800 m². 4.4.2 Horecavoorzieningen, geen hotels zijnde ten behoeve van het recreatief centrum Het vloeroppervlak ten behoeve van de onder artikel 4 lid 1 sub a. onder 4. aangegeven horecavoorzieningen, geen hotels zijnde, gericht op het recreatief centrum mag niet meer bedragen dan 800 m²; 4.4.3 Verblijfsaccommodatie inclusief bedrijfswoning Het vloeroppervlak ten behoeve van de onder artikel 4 lid 1 sub a. onder 8. aangegeven verblijfsaccommodaties inclusief een bedrijfswoning gericht op het recreatief centrum mag niet meer bedragen dan 3.360 m². 4.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 4.1, artikel 4 lid 4.2 en artikel 4 lid 4.3 ten behoeve van het vergroten van het maximaal toegestane vloeroppervlak van de aldaar genoemde functies met maximaal 25%.

Rechtspraak bij dit artikel