Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 4.2

HET VERMOGEN OM ZELFSTANDIG TE LEVEN, HET HEBBEN VAN EEN DAGSTRUCTUUR, DEELNAME AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER EN HET VOEREN VAN REGIE DAAROVER

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent maatwerkvoorzieningen Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen gemeente Maasgouw 2018

§ 4.2.1 Omschrijving resultaat Bij dit resultaatsgebied gaat het om het bevorderen, behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, teneinde opname in een instelling, verwaarlozing en/of escalatie te voorkomen. Zelfredzaamheid wordt in de wet gedefinieerd als het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Participatie betekent deelname aan het maatschappelijk verkeer. Onder ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen)-activiteiten vallen de activiteiten die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Uniforme resultaatomschrijving: Het vermogen om zelfstandig te leven Cliënt kan zelfstandig wonen Cliënt kan randvoorwaarden regelen om zelfstandig te wonen Cliënt kan voorzien in primaire levensbehoeftes Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren Cliënt kan zijn financiële situatie op orde brengen Cliënt kan zijn financiële situatie stabiel houden Cliënt kan de administratie bijhouden Cliënt kan iets kopen/betalen Cliënt kan gezond leven en hier ook naar handelen Cliënt heeft zicht op zijn lichamelijke/ medische toestand (bijvoorbeeld bij verslaving) en kan omgaan met zijn/haar chronisch medische aandoening (leerbaarheid en acceptatie). Cliënt heeft controle over zijn lichamelijke/medische/psychische toestand Cliënt kan zichzelf verzorgen Het hebben van dagstructuur Cliënt heeft een regelmatige dagstructuur en ritme (opstaan, wassen, aankleden, op tijd klaarstaan) Cliënt kan een weekplanning maken Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding Het deelnemen aan het maatschappelijk leven Cliënt heeft een voor zichzelf gewenst/voldoende sociaal netwerk Cliënt kan sociale contacten onderhouden Cliënt kan zichzelf verplaatsen/vervoeren Cliënt kan sociale vaardigheden toepassen Cliënt kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten Cliënt kan gesprekken voeren met instanties Het voeren van regie (in combinatie met andere subresultaten) Cliënt heeft en houdt eigen regie en autonomie Cliënt herkent problemen en kan hierop reageren Cliënt kan vaardigheden toepassen Cliënt kan besluiten nemen en de gevolgen daarvan wegen Cliënt kan initiatief nemen Cliënt kan zich aan regels en afspraken houden Activiteiten van begeleiding betreffen: Ondersteunen: Hulp op afstand Directe aansturing Overnemen Oefenen Toezicht houden § 4.2.2 Beoordelingskader Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria (zie 4.2.2.3). 4.2.2.1Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de begeleiding te bieden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. Kortdurende situaties Alle begeleiding van de cliënt door huisgenoten is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat Wmo-zorg daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door huisgenoten onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt: Het begeleiden/vervoeren van de cliënt naar de dagbesteding. Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, bezoeken zwembad enzovoort. Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie of bieden van dagstructuur. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd. Wanneer kan een uitzondering worden gemaakt voor gebruikelijke hulp: In bepaalde situaties is gebruikelijke hulp niet van toepassing of dient er soepeler mee omgegaan te worden. Die situaties zijn: Voor zover de huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp ten behoeve van de cliënt uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren wordt van hen geen bijdrage verwacht. Voor zover een huisgenoot overbelast is of dreigt te raken wordt van hem of haar geen gebruikelijke hulp verwacht, totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende: Wanneer voor de volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van zorg, dient men die overbelasting op te heffen door deze zorg door (andere) zorgverleners uit te laten voeren/in te kopen. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke begeleiding voor op die maatschappelijke activiteiten. Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen bijdrage verwacht van een huisgenoot. 4.2.2.2Algemene voorzieningen (zie ook § 3.1.7) Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk zijn en zijn gericht op maatschappelijke ondersteuning. Voorbeelden daarvan zijn: begeleiding of cliëntondersteuning via MEE of AMW ADL-assistentie in fokuswoningen GGZ-bemoeizorg buddy-zorg maatjesproject huiskamerprojecten Indien de cliënt een aanvraag heeft ingediend, maar gebruik kan maken van een algemene voorziening, dan krijgt de cliënt wel een beschikking. In die beschikking staat vermeld dat de aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt afgewezen, omdat de cliënt gebruik kan maken van een algemene voorziening. 4.2.2.3Criteria begeleiding Wil een cliënt in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening begeleiding (individueel dan wel in groepsverband) dan dient sprake te zijn van geobjectiveerde beperkingen ten aanzien van het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Er zijn beperkingen op het gebied van: het voor zichzelf kunnen zorgen c.q. de regie voeren over het dagelijks leven en besluiten kunnen nemen; het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie met vrienden en familie; het vermogen om zelf in een zinvolle dagstructurering te voorzien. § 4.2.3 Begeleiding 4.2.3.1Soorten begeleiding Begeleiding individueel Individuele begeleiding kan worden ingezet om te ondersteunen bij het aanbrengen van structuur of het voeren van regie. Individuele begeleiding kan ook verstrekt worden ten behoeve van het oefenen van vaardigheden of handelingen of ten behoeve van het houden van toezicht op een cliënt. Begeleiding groep Begeleiding groep wordt gebruikt om een zo normaal mogelijk dagritme aan te houden met een welomschreven doel met activiteiten die passen bij de belangstelling van de cliënt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het activeren van nog aanwezige functies. Begeleiding groep wordt ook ingezet ter ontlasting van mantelzorgers. Onder begeleiding groep wordt niet verstaan: een reguliere dagstructuur die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden; een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke. Afbakening begeleiding individueel – begeleiding groep Of de cliënt is aangewezen op begeleiding individueel of begeleiding groep wordt bepaald door wat zorginhoudelijk het meest doelmatig is. Begeleiding groep is voorliggend op begeleiding individueel als hetzelfde doel wordt beoogd. Wanneer de begeleiding gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur is begeleiding groep de aangewezen vorm van begeleiding. Maar wanneer de hulpvraag gelegen is in het bijvoorbeeld een of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en de zorgbehoefte is niet gelegen in het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, dan is begeleiding individueel de aangewezen vorm. Ook als er medische contra-indicaties zijn voor begeleiding groep, kan begeleiding individueel worden geïndiceerd. Het gaat dan om personen voor wie op medische gronden een contra-indicatie geldt voor deelname aan een groep geboden door een instelling, zoals infectiegevaar of dusdanige gedragsproblemen dat het niet wenselijk is om deze cliënt in een groep te plaatsen. Een combinatie van begeleiding groep en begeleiding individueel is mogelijk. 4.2.3.2Omvang Aan de hand van het onderzoek formuleert de gemeente concrete resultaten/doelstellingen die middels de maatwerkvoorziening begeleiding bereikt moeten worden. Bij zorg in natura stelt de aanbieder een ondersteuningsplan op waarin is beschreven op welke wijze de resultaten en doelstellingen worden bereikt. Bij een persoonsgebonden budget moet de cliënt dit beschrijven in het door hem ingediende budgetplan. De gemeente beoordeelt globaal (er wordt niet gekeken naar de omvang (aantal minuten/uren) en de daarmee gemoeide kosten) of met de beschrijving in het budgetplan of ondersteuningsplan de resultaten/doelstellingen bereikt kunnen worden. De gemeente kan tussentijds een voortgangsrapport opvragen om te monitoren of de inzet van begeleiding conform de gestelde indicatie verloopt en (inzet van meer/minder uren) nog noodzakelijk is. 4.2.3.3Afbakening Afbakening Zorgverzekeringswet De zorgverzekeringswet is verantwoordelijk voor de zogenaamde lijfsgebonden zorg. Begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Onder de ADL-activiteiten vallen ook activiteiten als aan- en uitkleden, persoonlijke hygiëne, eten en drinken etc. Indien sprake is van overname van ADL-activiteiten gericht op persoonlijke zorg is de ziektekostenverzekeraar de aanwezen instantie. Als er sprake is van begeleiding bij de persoonlijke verzorging (hands off) is de gemeente verantwoordelijk. Het basispakket van de zorgverzekering vergoedt verder veel gebruikte geneeskundige zorg/behandeling, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Afbakening Wet langdurige zorg Behandeling valt onder de Wlz. Begeleiding omvat het oefenen en inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Bij begeleiding gaat het om het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid. Voor (de begeleiding bij) dit oefenen is geen specifieke vaardigheid vereist. Grofweg geldt dat aanleren bij behandeling hoort en toepassen bij begeleiding. Van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid is vereist. De behandeling is niet alleen op herstel gericht, maar kan ook gericht zijn op voorkomen van verergering, waaronder begrepen het leren omgaan met (de gevolgen van) een aandoening, voorzover de interventie gestructureerd is, programmatisch is, en zich richt op een specifiek behandeldoel. Afbakening Wia en participatiewet De Participatiewet (ingangsdatum 1 januari 2015) voegt de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet sociale werkvoorziening (WSW) samen. Doel hiervan is dat zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan het werk gaan bij een gewone werkgever in plaats van bij een sociale werkvoorziening. School en werk zijn voorliggend op begeleiding groep. Pas als school of werk niet op een reguliere of aangepaste manier mogelijk is, kan begeleiding groep ingezet worden. Tijdens arbeid bestaat er geen aanspraak op begeleiding ten laste van de Wmo als die gericht is op de arbeidstaken, stages of onderwijsopdrachten. Arbeidsreïntegratie of het aanleren van algemene vaardigheden en gedrag, gericht op de arbeid zelf is geen Wmo. 4.2.4.Sportrolstoel Het is mogelijk om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel. Voor een sportrolstoel komt een cliënt in aanmerking als sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk is door beperkingen. Dit om het ook mogelijk te maken aan niet-rolstoelgebruikers via een sportrolstoel aan sport te kunnen doen. Het gebruik van een sportrolstoel voor teamsporten is helder. Daarnaast zijn er ook individuele sporten (marathon bijvoorbeeld) waar men een sportrolstoel voor aan zal vragen. Recreatieve activiteiten worden niet onder sport gerekend. Om deze reden wordt wel de eis gesteld dat de cliënt actief lid is van een gehandicaptensportvereniging. Er moet op gewezen worden dat bij veel gehandicaptensportvereniging de mogelijkheid bestaat een sportrolstoel te lenen om uit te proberen of een bepaalde sport die aantrekkelijk lijkt ook bij iemand past. Dit kan nuttig zijn om te voorkomen dat een aangeschafte rolstoel uiteindelijk niet of nauwelijks gebruikt wordt. Topsport zal net als bij niet-gehandicapten, vaak hoge uitgaven vergen voor sporthulpmiddelen. Deze regeling is daar niet voor bedoeld. Topsport zal vaak een beroep op sponsoring noodzakelijk maken. Vorm van de toekenning De sportrolstoel wordt toegekend in: natura of de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij het persoonsgebonden budget is een deel als bijdrage in de aanschaf van een sportrolstoel bedoeld en een deel voor onderhoud. In uitzonderlijke situaties, waarin bijvoorbeeld een elektrische rolstoel noodzakelijk is voor sport, kan met behulp van een beroep op de hardheidsclausule een hoger bedrag worden verstrekt. Dat zal mogelijk zijn als het inkomen de aanschaf van een elektrische sportrolstoel met een persoonsgebonden budget niet mogelijk maakt. Een uitgebreide individuele beoordeling is hiervoor noodzakelijk. Het persoonsgebonden budget is een bedrag waarmee voor een periode van 3 jaar een sportrolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden. Na afloop van de periode van 3 jaar, volgt geen automatische vervanging van de sportrolstoel, maar zal, bij het verzoek tot vervanging, een beoordeling plaatsvinden van de technische staat van de sportrolstoel. Afhankelijk daarvan wordt al dan niet overgegaan tot verstrekking van een nieuwe vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel