Artikel 168 van de Gemeentewet biedt de mogelijkheid dat het college een of meer leden kan machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden. Deze machtiging wordt uit naam en onder verantwoordelijkheid van het college uitgeoefend. Het college kan daarbij aanwijzingen geven. Tot nu toe werd alleen van een parafenbesluit gebruik gemaakt, maar dat bood geen uitkomst voor spoedeisende zaken. Bij spoedeisende zaken kan gedacht worden aan een zich plotseling voordoende situatie in de stad die moet worden opgelost en/of waarover de raad terstond moet worden geïnformeerd of een financieel belang dat geen uitstel vergt.
In lid 1 is opgenomen dat het college de mogelijkheid heeft te bepalen dat gedurende een langere aaneengesloten periode geen reguliere vergaderingen gehouden worden. Daarbij is het van belang dat het college bepaalt hoe lang die periode duurt.
In lid 2 is opgenomen dat in de recesperiode de aanwezige (loco)burgemeester dit mandaat krijgt. Mocht hij van oordeel zijn dat er een zwaarwegend bestuurlijk belang met het besluit is gemoeid, dan ligt het voor de hand dat hij tenminste twee andere collegeleden mee laat paraferen. Ook hier gelden weer de eisen van het parafenbesluit van artikel 11; een duidelijke datum van totstandkoming en bekendmaking.
In lid 3 verleent de burgemeester aan één of meer leden van het college een mandaat dat gebruikt kan worden voor spoedeisende besluiten en handelingen tijdens recesperioden. Met name de zomervakantie kan een zodanig lange periode zijn dat aan een dergelijke bevoegdheid behoefte bestaat.
Lid 4 regelt dat aan het eind van het reces bij de eerste collegevergadering een overzicht van de genomen besluiten ter informatie als bijlage bij de besluitenlijst van het college moet worden gevoegd.
Artikel 12