Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2018 gemeente Leeuwarden

Om te bepalen of een persoonsgebonden budget (PGB) voor de jeugdige en/of ouder(s) toegankelijk en passend is en conform de daarvoor opgestelde regels wordt besteed, worden de volgende aspecten getoetst en/of gewogen: 1. Om in aanmerking te komen voor een PBG dient te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er is op basis van het Algemeen toetsings- en afwegingskader (zie artikel 12) bepaald dat de jeugdige en/of ouder(s) toegang kan krijgen tot ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening. b. De jeugdige en/of ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat de voorziening die een gecontracteerde zorgaanbieder levert niet passend is. c. De jeugdige en/of ouder(s) danwel zijn vertegenwoordiger is voldoende vaardig om de aan de PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren (opstellen budgetplan, opdrachtgever/werkgever kunnen zijn, verantwoord beheer). d. Het ondersteuningsaanbod dat met een PGB zal worden ingekocht is veilig, doeltreffend en cliëntgericht. Voor zorgaanbieders die vanuit het PGB formele ondersteuning bieden, gelden dezelfde (wettelijke) eisen als bij zorgaanbieders die vanuit ZIN ondersteuning bieden, zie ook het kwaliteitskader Sociaal Domein gemeente Leeuwarden op de website www.lwdvoorelkaar.nl 2. In aanvulling op lid 1, sub c kan een persoon in de volgende gevallen geen budgetbeheerder zijn: a. Als deze in de schuldsanering zit. b. Als er sprake is van verslaving, zoals alcohol, drugs of gokken. c. Als in het verleden sprake is geweest van fraude met een PGB. 3. Met een PGB kan de jeugdige en/of ouder(s) zelf individuele maatwerkvoorzieningen inkopen. De zelfgekozen zorgaanbieder kan in bepaalde gevallen meer passend en/of goedkoper zijn. De jeugdige en/of ouders(s) voert met een PGB zelf regie over zijn eigen ondersteuning. De jeugdige en/of ouder(s) kan met een PGB kiezen voor formele ondersteuning en/of voor informele ondersteuning (zie artikel 1 Begripsbepaling). Inzet van het sociaal netwerk met een vergoeding vanuit een PGB kan alleen in situaties waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot een beter resultaat leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan formele ondersteuning of zorg in natura. 4. Indien vanuit een PGB informele ondersteuning wordt ingezet moet er samen met het budgetplan een (nieuwe) Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) ingeleverd worden, tenzij de persoon die de informele ondersteuning biedt de gezaghebbende ouder is. 5. Het is toegestaan dat budgethouders samen ondersteuning inkopen met het PGB. Het ondersteuningsplan, de aanvraag, het budgetplan, de beschikking en de verantwoording blijft wel individueel. 6. Om te bepalen of met informele ondersteuning het beoogde resultaat behaald kan worden, worden de volgende aspecten gewogen: a. Kan de jeugdige en/of ouder(s) zijn keus om een informele ondersteuning in te schakelen goed motiveren. b. Heeft zorgaanbieder die de informele ondersteuning gaat bieden op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s) bij zijn keuze. c. Is de zorgaanbieder die de informele ondersteuning gaat bieden in staat om het type, de omvang, de frequentie en de duur van de ondersteuning te bieden. d. Wordt de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende geborgd. e. Wat is de totale belasting van de zorgaanbieder die informele ondersteuning biedt (gebruikelijke hulp, mantelzorg, betaald en onbetaald werk en persoonlijke omstandigheden). f. Is het mogelijk om een keer over te kunnen slaan of zijn er mogelijkheden om tijdelijk de ondersteuning uit handen te kunnen geven in geval van vakantie of ziekte. 7. De zorgaanbieder die de formele ondersteuning vanuit een PGB biedt mag niet ook de rol van budgetbeheerder op zich nemen. De zorgaanbieder die de informele ondersteuning vanuit een PGB biedt mag niet ook de rol van budgetbeheerder op zich nemen, tenzij het een ouder van een jeugdige betreft of er geen alternatief is. 8. In het budgetplan dient het volgende te worden opgenomen: a. Aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden. b. Door wie de ondersteuning geleverd gaat worden. c. Welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden. d. Een begroting met daarin opgenomen het werkelijke uurtarief van de zorgaanbieder die formele ondersteuning gaat bieden. 9. De volgende bestedingsregels gelden voor een PGB a. Beheerkosten (coördinatie, administratie e.d.) mogen niet uit het PGB worden betaald. b. Bemiddelingskosten mogen niet worden betaald vanuit het PGB. c. Bij het overlijden van de jeugdige en/of ouder(s) mag maximaal één gemiddeld maandloon, berekend over de laatste drie gewerkte maanden, als eenmalige uitkering worden verstrekt. d. Het vrij besteedbaar bedrag dat niet verantwoord hoeft te worden betreft alleen de jaarlijks basislidmaatschapskosten voor ‘Per Saldo’(de belangenorganisatie voor PGB houders). e. Er mag een éénmalige feestdagen uitkering verstrekt worden van €100,-. f. Er mag maximaal €0,19 per kilometer reiskosten aan zorgaanbieder die de ondersteuning biedt betaald worden op basis van een reisafstand vanaf 6 km (enkele reis) tot maximaal 150 km per persoon per keer (retour). 10. PGB- houders die langer dan 6 weken naar het buitenland gaan en dan hun ondersteuning in het buitenland willen inkopen, moeten toestemming vragen van het college. Het inkopen van ondersteuning in het buitenland is maximaal 13 weken per kalenderjaar toegestaan. Het PGB wordt dan aangepast aan het tarief dat gehanteerd wordt in het land waar men gedurende deze periode verblijft, met een maximum van het binnen de gemeente Leeuwarden vastgestelde PGB tarief. 11. De jeugdige en/of ouder(s) mogen, naar zijn of haar behoefte, de ene periode meer ondersteuning inkopen dan de andere periode, zolang het totaal beschikte budget (per kalenderjaar) niet wordt overschreden. De jeugdige en/of ouder(s) zijn in dit geval wel verplicht om per periode een factuur in te dienen over de werkelijk ontvangen uren ondersteuning. Het afspreken van een vast maandbedrag is in dit geval niet toegestaan. 12. Indien de jeugdige en/of ouder(s) een duurdere voorziening wil inkopen dan met het verstrekte PGB mogelijk is, dan kan dit, maar betaalt de jeugdige en/of ouder(s) het meerdere zelf. 13. Het PGB wordt niet rechtstreeks overgemaakt op de rekening van de jeugdige en/of ouder(s). Dit is wettelijk geregeld om misbruik en oneigenlijk gebruik van PGB tegen te gaan. De Sociaal Verzekeringsbank (SVB) doet de betalingen rechtstreeks aan de zorgaanbieder. Deze regeling, trekkingsrecht geheten, geldt voor alle gemeenten. 14. De overeenkomst die de jeugdige en/of ouder(s) afsluit met de zorgaanbieder die de ondersteuning vanuit het PGB gaat bieden, dient door de gemeente en de SVB goedgekeurd te zijn alvorens uren van de betreffende zorgaanbieder gedeclareerd kunnen worden. 15. Een zorgaanbieder die informele ondersteuning biedt kan maximaal een fulltime werkweek (36 uur) per persoon aan uren declareren. 16. De PGB budgethouder dient alle documenten die betrekking hebben op het PGB en de inhuur van een zorgaanbieder te bewaren. 17. De PGB budgethouder dient de in lid 16 genoemde documenten gedurende vijf jaar te bewaren en als daarom wordt gevraagd (een kopie van) de stukken aan de gemeente te verstrekken. De gemeente kan de stukken opvragen bij een steekproefsgewijze controle op de kwaliteit en/of rechtmatigheid van het PGB door de budgethouder en/of de zorgaanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel