1. Een melding van behoefte aan ondersteuning kan door de jeugdige en/of ouder(s) worden gedaan. De persoon die namens de jeugdige en/of ouder(s) een melding doet, hoeft niet een vertegenwoordiger van de jeugdige en/of ouders(s) te zijn, maar kan ook een huisgenoot, iemand uit het sociaal netwerk van de jeugdige en/of ouder(s), een professionele hulpverlener of arts.
2. Een melding kan op de volgende manieren gedaan worden:
a. Bij het sociaal wijkteam of
b. Bij het KCC (Klant Contact Centrum van de gemeente), telefonisch of fysiek bij het loket van het Stadskantoor of
c. Digitaal via het meldingsformulier op de website van www.lwdvoorelkaar.nl.
3. In aanvulling op lid 1 kan de melding ook gedaan worden bij de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, Gecertificeerde Instelling, Veilig Thuis of Raad voor de Kinderbescherming. In dit geval maakt de ontvanger een professionele afweging van de benodigde ondersteuning en kan een directe verwijzing doen. De artikelen 4 tot en met 12 zijn dan niet van toepassing.
4. Bij ontvangst van de melding wordt beoordeeld of het gaat om een vraag die direct in een eerste (telefonisch) contact beantwoord of afgehandeld kan worden of dat nader onderzoek nodig is. Indien er sprake is van een jeugdige en/of ouder(s) die al uitgebreid bekend is vanwege een eerdere melding van behoefte aan ondersteuning dan kan dit een reden zijn om af te zien van nader onderzoek. Dit dient altijd in overleg en met goedkeuring van de jeugdige en/of ouder(s) plaats te vinden.
5. Een melding wordt inclusief de datum van ontvangst geregistreerd. De melding wordt schriftelijk (per mail of per post) bevestigd, tenzij de jeugdige en/of ouder(s) dit niet wenst.