1. Een melding van behoefte aan ondersteuning wordt nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige familiegroepsplan van de jeugdige en/of ouder(s), één of meer gesprekken (zie artikel 6) met de jeugdige en/of ouder(s) en indien nodig middels het opvragen van gegevens van reeds betrokken professionals (waaronder leerkrachten en hulpverleners) en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige.
2. Aan de hand van het algemeen toetsings- en afwegingskader (zie artikel 12) wordt onderzocht of de jeugdige en/of ouder(s) ondersteuning nodig heeft en zo ja, welke vorm van ondersteuning.
3. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de volgende processtappen:
a. Allereerst wordt vastgesteld wat de eigenlijke ondersteuningsvraag van de jeugdige en/of ouder(s) is.
b. Vervolgens wordt vastgesteld wat de aard van de opgroei- en opvoedproblematiek is. (zie artikel 12).
c. Vervolgens wordt vastgesteld welke ondersteuning nodig is om de doelen te bereiken en in welke mate de ondersteuning nodig is.
d. Vervolgens wordt vastgesteld welk aandeel de jeugdige en/of ouder(s) op eigen kracht en/of het sociaal netwerk in de benodigde ondersteuning kan hebben.
e. Indien de mogelijkheden van de jeugdige en/of ouders ontoereikend zijn, wordt gekeken welke vorm van ondersteuning passend is, dit kan een individuele maatwerkvoorziening zijn.
4. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een sociaal werker.
5. Voor het onderzoek naar de melding van behoefte aan ondersteuning geldt een behandeltijd van maximaal 6 weken na de melding.
Indien vanwege zorgvuldigheid van het onderzoek de termijn van 6 weken niet gehaald wordt, dan treedt de sociaal werker in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) over de verlenging van de termijn.
Dit wordt vervolgens schriftelijk bevestigd, onder vermelding van de termijn waarbinnen het onderzoek naar verwachting wel is afgerond.