Een in mandaat-, volmacht- of machtigingverhouding te nemen besluit dient vooraf aan het college c.q. de burgemeester te worden voorgelegd, indien:
het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid. Bij gebruikmaking van de hardheidsclausule in verordeningen dient bij de adviesnota aan het college een advies van concerncontrol gevoegd te worden;
het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten;
de betrokken portefeuillehouder of de burgemeester dit kenbaar heeft gemaakt;
bij het besluit meerdere wethouders betrokken zijn;
bij betrokkenheid van meerdere afdelingen één van de afdelingen over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht;
het besluit onderwerp is van een politieke discussie en/of in de publiciteit is geweest;
er persoonlijke betrokkenheid van de mandataris, volmachtontvanger of machtigingverkrijger bij het te nemen besluit bestaat;
artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is; of indien de mandataris, volmachtontvanger of machtigingverkrijger enige twijfel koestert of zulks het geval is.
Ingeval de mandataris, volmachtontvanger of machtigingverkrijger op basis van het bepaalde in het eerste lid een te nemen besluit voorlegt aan het college c.q. de burgemeester, nemen deze bestuursorganen het besluit zelf of geven de condities, waaronder de mandataris, volmachtontvanger of machtigingverkrijger gebruik mag maken van zijn bevoegdheid, zulks onverminderd het bepaalde in het vierde lid.
Ingeval artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is, neemt het college het besluit zelf.
Indien door de mandataris wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, doet dit niets af aan de rechtsgeldigheid van het in mandaat genomen besluit, met uitzondering van het besluit dat is genomen in strijd met het eerste lid onder g van dit artikel.
De bevoegdheden in het kader van het budgethouderschap dienen in acht te worden genomen.
Indien de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid leidt tot een besteding van boven de € 50.000,-- en hiervoor nog geen krediet gevoteerd is, is instemming van de portefeuillehouder vereist, tenzij dit bij een specifieke bevoegdheid anders is geregeld.
Indien de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid leidt tot een besteding van boven de € 100.000,-- en hiervoor nog geen krediet gevoteerd is, is instemming van de portefeuillehouder vereist na advies van de bestuursadviseur financiën of de concerncontroller, tenzij dit bij een specifieke bevoegdheid anders is geregeld.
Artikel 4
Grenzen aan mandaat, volmacht of machtiging
Onderdeel van Algemeen Mandaat-, Volmacht- en Machtigingbesluit