Met behulp van het afwegingskader (zie bijlage 1) wordt onderzocht of en in welke mate de hulpvraag van de inwoner opgelost kan worden met algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen en voorliggende voorzieningen. Deze hebben ‘voorrang’ op een maatwerkvoorziening. Er zijn geen criteria te geven wanneer iemand wel of niet aangewezen is op een algemene voorziening. Dit moet per inwoner bepaald worden. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat we als algemeen gebruikelijke voorziening, algemene voorziening en als voorliggende voorziening verstaan, en worden hiervan voorbeelden gegeven.
Dit is gebaseerd op artikel 5.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Berg en Dal 2016 en artikel 6.1 van de Verordening Jeugdhulp Berg en Dal 2016 waar in staat welke elementen in het onderzoek onderzocht moeten worden:
Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner;
Gewenst resultaat;
Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen (zie bijlage 5 en paragraaf 3.4)
Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk;
Mantelzorgondersteuning;
Algemene voorzieningen (zie paragraaf 3.4)
Voorliggende voorzieningen (o.a. Zorgverzekeringswet enWlz) (zie paragraaf 3.2)
Maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018