De ondersteuning via de Wmo 2015 wordt begrensd door de ondersteuning en zorg die kan worden geboden op grond van de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz).
Een persoon die qua leeftijd tot de doelgroep van de Jeugdwet behoort, kan geen beroep doen op de Wmo 2015, tenzij het gaat om voorzieningen die de wetgever expliciet onder de Wmo 2015 laat vallen, zoals woningaanpassingen. Deze voorliggende voorzieningen kunnen ook voorzieningen op basis van andere wetgeving zijn.
Zorg die valt onder de Zorgverzekeringswet, zoals wijkverpleging, wordt niet geleverd via de Wmo 2015. Een combinatie van zorg via de Zorgverzekeringswet en ondersteuning via de Wmo 2015 is wel mogelijk.
Inwoners met een Wlz-indicatie hoeven niet per definitie intramurale zorg te krijgen. Ze kunnen ook thuis blijven wonen met Wlz-ondersteuning vanuit een volledig pakket thuis (VPT), een modulair pakket thuis (MPT) of een persoonsgebonden budget (hierna PGB). De wetgeving over wat precies onder de Wmo 2015 en de Wlz valt is nog in beweging. De stand van zaken in 2018 is opgenomen in bijlage 6.
Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als aanspraak op de Wlz, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of recht op zorg als zorg bedoeld bij of krachtens de zorgverzekeringswet mogelijk is.
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg op grond van de Wlz, de Zorgverzekeringswet, áls een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, moet een voorziening op grond van de Jeugdwet getroffen worden.
Het college moet de jeugdhulp inzetten die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of een machtiging tot uithuisplaatsing. Ook zet het college de jeugdhulp in die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Recht op zorg op grond van de Wlz bestaat op het moment dat de zorgintensiteit zodanig is, dat het wonen in de eigen leefomgeving niet meer veilig en verantwoord is. Dat is het geval wanneer blijvend permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid noodzakelijk is.
Wanneer het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de inwoner een recht op zorg als
bedoeld bij of krachtens de Wlz of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet heeft, terwijl de inwoner weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande, kan het college een voorziening weigeren.
In het volgende schema wordt de afbakening tussen de wetten weergegeven:
Bovenstaand schema is ook van toepassing op ouderen met een zorgvraag en mensen met andere beperkingen. In bijlage 6 staat een overzicht van de verdeling over de wetten in 2018 wat betreft hulpmiddelen in fysieke voorzieningen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Voorliggende (wettelijke) voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018