Naar hoofdinhoud
Op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet kunnen inwoners onder voorwaarden kiezen voor een PGB in plaats van zorg in natura. Een PGB kan een geschikt instrument zijn voor de inwoner om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Het is een verstrekkingsvorm die bij uitstek geschikt is voor mensen die zelf en/of met behulp van een vertegenwoordiger de regie over hun leven kunnen voeren. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 en de zijn de hoofdlijnen voor het verstrekken van een PGB vastgelegd en is bepaald dat het college nadere regels kan stellen onder welke voorwaarden een PGB wordt verstrekt. In deze regels is dit verder uitgewerkt. Voor de doelgroep van maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen Jeugdhulp geldt in een aantal gevallen dat zij voor het adequaat beheren en correct besteden van een PGB niet altijd zelf over de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden beschikken. Het gaat immers om een groep zeer kwetsbare burgers, die (vaak) onvoldoende in staat zijn om de regie te voeren over de inkoop van passende ondersteuning en doorgaans niet vertrouwd zijn met de details van de regelgeving. Daarom verstrekken we alleen een maatwerk- of individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een PGB als uit het onderzoek blijkt dat de inwoner (of diens vertegenwoordiger) bewust voor een PGB kiest en voldoende bekwaam is om de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Met de invoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet is ook de uitvoering van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget (PGB) van start gegaan. Het trekkingsrecht houdt in dat alle PGB-houders (bestaande, overgangscliënten, nieuwe PGB-houders) het budget niet meer op de eigen rekening gestort krijgen, maar dat de gemeente het budget overmaakt naar de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB). De SVB betaalt vervolgens de rekeningen aan de zorg/hulpverleners. Dit geldt vooralsnog niet voor eenmalige PGB’s.

Rechtspraak bij dit artikel