Het kiezen voor een PGB dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de aanvrager te zijn. Uitgangspunt is dat een PGB alleen wordt verstrekt, indien de inwoner voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn PGB beheren;
2. inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) zijn belangen behartigen;
3. inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) passende zorg inkopen;
4. inwoner kan zelf of met hulp van zijn netwerk/vertegenwoordiger (niet zijnde zorgverlener) een zorg- en budgetplan opstellen ter ondersteuning van de aanvraag voor een PGB;
5. de zorg die wordt ingekocht met het PGB voldoet aan de kwaliteitseisen zoals die ook voor de gecontracteerde aanbieders geldt.
Voor de beoordeling van deze voorwaarden hanteert het college de volgende richtlijnen, die worden getoetst in het gesprek. Het Sociaal Team voert de beoordeling uit op basis van het PGB-plan. De uitkomst van de weging kan van persoon tot persoon verschillen, het is altijd een individuele weging. Waarbij het in essentie draait om de vraag of geborgd is dat het budget ten goede komt aan de gewenste ondersteuning en aan de kwetsbare persoon die ondersteuning nodig heeft.
Om na te gaan of inwoner, op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, op een verantwoorde wijze kan omgaan met een PGB wordt de bekwaamheid vooraf beoordeeld door het Sociaal Team. De beoordelingscriteria zijn:
1. aanvrager is voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag: een persoon moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn;
2. aanvrager moet goed op de hoogte zijn van de rechten en plichten die horen bij het beheer;
3. aanvrager moet in staat zijn om de opdrachtgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie.
De bekwaamheid voor het hebben van een PGB wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van het Sociaal Team is leidend. Mocht de professional van oordeel zijn dat de aanvrager niet (voldoende) bekwaam is voor het houden van een PGB, dan wordt het PGB geweigerd. Bij twijfel rondom de bekwaamheid van de PGB-houder om zelf zorg in te kopen of indien er sprake is van een niet-stabiel ziektebeeld, kan door het gebruik van een korte looptijd van de indicatie op korte termijn worden bekeken of de PGB-houder over de vaardigheden beschikt om een PGB te beheren en of het PGB nog voldoende voorziet in de ondersteuningsbehoefte van de inwoner.
De PGB-houder is zowel opdrachtgever, werkgever als ontvanger van zorg. Het beheren van een PGB doet een groter beroep op de zelfredzaamheid en eigen kracht (regie) van de inwoner. De inwoner of zijn/haar vertegenwoordiger moet op verschillende terreinen over een aantal vaardigheden en kwaliteiten beschikken wil er sprake zijn van adequate zelfregie:
1. Een bewuste keuze:
voldoende ziekte-inzicht;
kan hulpvraag goed verwoorden;
weet wat hij/zij nodig heeft;
2. overeenkomsten af kunnen sluiten met zorgverleners op basis van een PGB-plan;
kan hulpverleners aansturen;
kan hulpverleners aanspreken op hun functioneren;
3. zelf zorgverleners kunnen selecteren;
4. administratie bij kunnen houden;
5. een begroting op kunnen stellen;
6. een budgetplan kunnen maken.
De keuze voor een PGB kan blijken uit de wijze waarop aanvrager zijn verzoek om PGB motiveert. Het gaat om de keuze van aanvrager en niet van de in te huren ondersteuner of aanbieder. Wel kan iemand uit het eigen sociale netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner ondersteunen bij het motiveren van de aanvraag. Beiden mogen zich niet laten betalen als belangenbehartiger vanuit het PGB.
Volgens de Jeugdwet dient de aanvrager te motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is en hij daarom een PGB wenst. Hierbij gaat het om de argumenten van een persoon (de jeugdige of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger) om aan te geven dat de voorziening in natura die door de gemeente is voorgesteld niet passend is, waardoor de aanvrager gebruik wenst te maken van een PGB.
Met deze argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorziening in natura. Wanneer de aanvrager de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag niet weigeren. Er zijn enkele concrete voorbeelden te noemen die de aanvrager redelijkerwijs kan aanvoeren om te motiveren dat PGB passend is:
de benodigde ondersteuning is niet goed vooraf in te plannen;
de benodigde ondersteuning moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
de benodigde ondersteuning moet op veel korte momenten per dag geboden worden;
de benodigde ondersteuning moet op verschillende locaties geleverd worden;
als het noodzakelijk is om 24 uur ondersteuning op afroep te organiseren;
als de ondersteuning door de aard van de beperking (bijvoorbeeld autisme) door een vaste hulpverlener moet worden geboden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018