Bij de opdracht voor de maatschappelijke opvang wordt bij het bepalen van het benodigde bedrag voor de instellingen vooraf de verwachte te innen bijdrage door de instelling in mindering gebracht op het budget.
De instelling mag daarbij de redelijke kosten van administratie, incasso en oninbaarheid in mindering brengen, waarbij maximaal 5% van het totale te innen bedrag voldoende is. Dit percentage wordt vastgesteld in de overeenkomst met de instelling en bij de vaststelling niet aangepast ongeacht de werkelijke kosten en oninbaarheid.
Er wordt geen extra budget beschikbaar gesteld in het geval de instelling minder eigen bijdragen int dan de berekende bijdragen. Buiten bovengenoemde herberekening bij de vaststelling wordt het toegekende budget niet aangevuld dan wel teruggevorderd.
Het college kan op grond van redelijkheid en billijkheid in uitzonderingsgevallen afwijken van het bepaalde in dit lid.
Hoofdstuk
Artikel 3
lid 6
Onderdeel van Nadere regels Eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang Wmo 2018 gemeente Utrecht