Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 5

Inleidend verzoek

Onderdeel van Referendumverordening 2006 (8.22)

1.. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een voorgenomen beslissing. 2.. Het verzoek moet worden gedaan door het aantal kiesgerechtigden dat tenminste gelijk is aan de kiesdeler van de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad, met dien verstande dat dit getal niet hoger ligt dan 600 en niet lager dan 500. 3.. Het verzoek moet tenminste vijf werkdagen voor de raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd, bij het college worden ingediend. 4.. In het verzoek wordt aangegeven om welke voorgenomen beslissing het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van zijn naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.. De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe door de gemeente verstrekte lijsten. 6.. Het inleidend verzoek wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 7.. Het college onderzoekt of er voldoende geldige verzoeken zijn ingediend en of een van de in artikel 3 genoemde uitsluitingen van toepassing is en maakt de uitkomst hiervan uiterlijk drie werkdagen voor de in het derde lid bedoelde vergadering aan de raad bekend. 8.. De raad besluit in de in het derde lid bedoelde vergadering of het inleidend verzoek wordt toegelaten. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel