Het hele proces van voorbereiding en het nemen van bestuurlijke besluiten moet objectief, verifieerbaar en helder zijn. De gemeente heeft daarom afspraken over hoe besluiten tot stand komen en worden geregistreerd, vastgelegd in een procedure. Belangrijke afspraken zijn:
Bij het nemen of voorbereiden van besluiten (ook in mandaat), moet u zich steeds afvragen of er sprake kan zijn van belangenverstrengeling, oneigenlijke beïnvloeding of de schijn daarvan. Als dit het geval is draagt u uw taken in deze procedure over aan een collega.
Sommige besluiten, zoals bijvoorbeeld over inkoop, hebben een integriteitsrisico. Als u het nemen van zo’n besluit zou overdragen, zou uw collega dus hetzelfde risico lopen. Dergelijke besluiten neemt u daarom niet alleen, maar samen met een collega (door mede-parafering).
Beslissingen waarbij uw integriteit in het gedrang zou kunnen komen, neemt u steeds in samenspraak met een collega.
Als er sprake is van belangenverstrengeling, oneigenlijke beïnvloeding of de schijn daarvan, dan draagt u uw advies- of beslissingsbevoegdheid over aan een collega.
Als u lid bent van het college, legt u initiatieven voor aan de vergadering van het college. Voor beleidsinitiatieven en andere, zwaardere initiatieven is een bestuursopdracht van het college nodig.
Als u ambtenaar bent, stemt u eigen initiatieven eerst af met uw leidinggevende en portefeuillehouder.
Als u betrokken bent geweest bij de voorbereiding of het nemen van besluiten, onthoudt u zich, tenzij dit uitdrukkelijk in uw functiebeschrijving past, van de handhaving ervan. De leidinggevende is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan.
Artikel III.
Advisering en besluitvorming
Onderdeel van Integriteitsbeleid en Gedragscode voor bestuurders en ambtenaren