1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

a. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op een vaste jaarplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5;

b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op een vaste seizoenplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3;

c. mobiele kampeeronderkomensop een seizoenplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,6.

d. mobiele kampeeronderkomensop een toeristische plaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op:

1o 2,2 indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

2o 2,2 indien sprake is van een naseizoenarrangement;

3o 2,1 indien sprake is van een maandarrangement.

2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval van:

a. het eerste lid, sub a, bepaald op 58,5;

b. het eerste lid, sub b, bepaald op 52,9;

c. het eerste lid, sub c, bepaald op 51,5;

d. het eerste lid, sub d, bepaald op:

1o 30 indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

2o 18 indien sprake is van een naseizoenarrangement;

3o 12 indien sprake is van een maandarrangement.