Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ

Het college maakt gebruik van in de Participatiewet, de IOAW en IOAZ toekomende bevoegdheid tot: herziening of intrekking als bedoeld in artikel 54, derde lid, laatste volzin van de Participatiewet of artikel 17, derde lid, laatste volzin van de IOAW en IOAZ; terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; bruteren van de vordering, welke zijn ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij niet tijdige betaling; verrekenen van inkomsten als bedoeld in artikel 58, vierde lid van de Participatiewet of artikel 25, vierde lid van de IOAW/IOAZ; en verrekening van algemene bijstand of uitkering als bedoeld in artikel 60 lid 3 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel