Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b beperkt het college de terugvordering tot het bedrag dat te veel aan bijstand zou zijn verstrekt, zo belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan, indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand over een langere periode omdat belanghebbende over de gehele periode beschikte over in aanmerking te nemen vermogen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder c ziet het college af van brutering als de vordering zonder dat belanghebbende hier schuld aan heeft is ontstaan. Bovendien is het niet de schuld van belanghebbende dat de aflossing niet in het lopende kalenderjaar heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel