Het college kan met inachtneming van artikel 9 lid 2 Participatiewet, onderscheidenlijk artikel 37a Ioaw en de Ioaz bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden op basis van dringende redenen. Bij de bepaling van dringende redenen als rechtsgrond dient het college aan te geven in hoeverre sociale, medische of psychische aspecten een belemmering vormen voor de nakoming door belanghebbende van de plicht tot arbeidsinschakeling. Het college kan bij de beoordeling hiervan een deskundigenadvies inwinnen.
Er is ook sprake van een dringende reden indien belanghebbende in een inrichting verblijft.