Als bijlagen bij het formulier, genoemd in artikel 2 van de verordening, worden bewijsstukken gevoegd die nodig zijn om te bepalen of de belanghebbende in aanmerking komt, te weten:
een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
een kopie van alle jaaropgaven van inkomsten die betrekking hebben op de referteperiode;
een kopie van alle bankafschriften van alle rekeningen op naam van de belanghebbende waaruit het saldo blijkt dat aan het begin en aan het eind van de referteperiode en op 1 januari van ieder jaar gelegen in de referteperiode aanwezig is; en
een kopie van de bewijsstukken waaruit het saldo van vermogensbestanddelen, anders dan genoemd in c van dit artikel, blijkt dat op 1 januari van ieder jaar gelegen in de referteperiode aanwezig is.
In afwijking van het vorige lid behoeven:
geen bijlagen bij het verzoek gevoegd te worden wanneer de belanghebbende ononderbroken over de referteperiode een bijstandsuitkering heeft ontvangen;
enkel de bijlagen bedoeld in lid 2 onder c en d overgelegd te worden wanneer de belanghebbende een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ heeft ontvangen;
enkel bewijsstukken opgevraagd te worden vanaf de voorgaande peildatum.
Het college kan aanvullende informatie van de verzoeker verlangen indien dit nodig is voor het vaststellen van het recht.
Artikel 2
Verzoek en besluitvorming
Onderdeel van Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden