Wanneer de belanghebbende uitzicht heeft op inkomensverbetering komt hij niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in ieder geval verondersteld ten aanzien van de belanghebbende die:
op de peildatum uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en/of studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS of BBL;
in de 12 maanden voorafgaand aan de peildatum een opleiding of onderwijs als bedoeld in sub a heeft gevolgd;
op de peildatum een inkomen heeft dat hoger is dan de inkomensgrens voor de inkomenstoeslag maar op bijstandsniveau leeft wegens een minnelijke schuldregeling of WSNP traject.
Wanneer in een andere situatie dan genoemd in het eerste lid door het college kan worden vastgesteld dat er sprake is van uitzicht op inkomensverbetering, dan kan het college de aanvraag om de toeslag afwijzen.
Indien hetgeen genoemd in de leden 1 en 2 niet geldt voor de belanghebbende wordt hij geacht geen uitzicht op inkomensverbetering te hebben.
Artikel 3
Uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden