Wanneer de belanghebbende onvoldoende inspanning heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen en zijn krachten en bekwaamheden onvoldoende heeft ingezet heeft hij geen recht op de individuele inkomenstoeslag. Hiervan is sprake als:
de belanghebbende wegens gedragingen als genoemd in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet gedurende de referteperiode een maatregel opgelegd heeft gekregen; of
op grond van de Afstemmingsverordening gedurende de referteperiode een maatregel is opgelegd in verband met de arbeidsverplichtingen, waarbij uitgezonderd een maatregel voor het niet geregistreerd staan als werkzoekende bij het UWV zoals genoemd in artikel 9 lid 1 onder a van de Participatiewet; of
de belanghebbende door het UWV een maatregel of bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen gedurende de referteperiode.
Als door het college of het UWV een waarschuwing is gegeven wordt deze niet als maatregel beschouwd.
Artikel 4
Omstandigheden van de persoon
Onderdeel van Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden