Naar hoofdinhoud
Beschermd Wonen wordt toegekend in: de vorm van een voorziening in Natura of; de vorm van een persoonsgebonden budget. Wanneer een maatwerkvoorziening toegewezen is, informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt of zijn vertegenwoordiger over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget. De hoogte van het persoonsgebonden budget is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem. Jaarlijks kunnen de bedragen wijzigen. 5.1Maatwerkvoorziening in Natura Het verkrijgen van een voorziening in Natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarmee de centrumgemeente afspraken heeft gemaakt. De Achterhoekse gemeenten hebben bij de aanbesteding de volgende categorieën kwaliteitseisen geformuleerd: Kwaliteitseisen die zich met name richten op het professioneel organiseren van een gezonde bedrijfsvoering. Kwaliteitseisen die betrekking hebben op het werken met een ondersteuningsplan, samenwerking met ketenpartners en andere partijen voor integrale hulpverlening en eisen aan de geleverde ondersteuning. Kwaliteitseisen die worden gesteld aan de competenties, type opleiding en/of het opleidingsniveau van de professionals die ondersteuning leveren in het primaire proces. Kwaliteitseisen die worden gesteld aan het resultaat van de ondersteuning. Het kan hierbij gaan om (het meten van) effecten van ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, maar ook resultaten in de vorm van door- en uitstroom. 5.1.1Specifieke eisen voor Beschermd Wonen Voor Beschermd Wonen zijn specifieke eisen gesteld aan de 24-uurs bereikbaarheid en de begeleiding die de aanbieder moet bieden. Eisen aan de 24 uur bereikbaarheid Bij elke variant van Beschermd Wonen moet sprake zijn van 24 uur bereikbaarheid van de begeleiding. Bij de varianten ‘Wonen Beschermd – Ontwikkeling’ en ‘Wonen Beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn. De aanbieder biedt dan zo nodig aan cliënt een kortdurende interventie. Hierbij zorgt hij zo nodig voor contact met netwerk, structurele begeleider van de cliënt, politie en lokale team, toegangsteam van gemeente; De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt in en buiten de woning geen overlast veroorzaakt. Mocht dit toch gebeuren dan spreekt de aanbieder de cliënt daarop aan en maakt de aanbieder afspraken met de cliënt om herhaling te voorkomen. Overlastklachten die over bewoners bij de gemeente binnenkomen worden aan de aanbieder doorgegeven zodat er maatregelen kunnen worden genomen. Bij herhaaldelijke en voortdurende overlastklachten uit de buurt, zal de aanbieder, in overleg met de cliënt en de gemeente, maatregelen treffen. Dit kan betekenen dat voor de overlast veroorzakende cliënt een ander onderkomen moet worden gezocht.; De aanbieder dient maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen. Eisen aan de begeleiding De begeleiding wordt door meerdere professionele begeleiders geboden. De verantwoordelijkheid voor de 24-uurs bereikbaarheid en de dagelijkse begeleiding wordt door meerdere begeleiders gedeeld. Bij Wonen Beschermd (stabiliseren en ontwikkelen) geldt dat minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante Hbo-opleiding (of Mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een Hbo-opleiding) heeft. In de praktijk vervult deze beroepskracht vaak de rol als casemanager. Er kan een verscheidenheid aan expertises en functieniveaus van beroepskrachten nodig zijn die de benodigde zorg en ondersteuning kunnen bieden. Welke mix van beroepskrachten als passend wordt gezien, is de verantwoordelijkheid van de aanbieder; De aanbieder moet minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben; De aanbieder moet op cliëntniveau inzichtelijk maken op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ Instelling/ hulpverlener ingeschakeld wordt; De aanbieder zorgt voor begeleiding van de cliënt als hij/ zij niet alleen kan reizen, bij doktersbezoek of boodschappen doen. Uiteraard kan daarvoor –eerst- een beroep gedaan worden op familieleden, kennissen of vrijwilligers; De aanbieder stimuleert de cliënt deel te nemen aan sociale activiteiten; De aanbieder zoekt met de cliënt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. Vrijwilligerswerk moet aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en tegelijk uitdagend zijn. De dagbesteding is bij voorkeur zo dichtbij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan. Nadrukkelijk dient de aanbieder te kijken of de cliënt als vrijwilliger bij kan dragen en zijn kwaliteiten in kan zetten voor de samenleving, de buurt (of buurtgenoten), de woonplek (of medebewoners) of anderen; De aanbieder ondersteunt de cliënt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden; Aanbieder is verantwoordelijk voor coördinatie en regie van de met cliënt afgesproken ondersteuning (individuele begeleiding en dagbesteding) ook als dagbesteding bij een andere aanbieder is ondergebracht. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne); 5.2Maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget Indien de cliënt dit wenst, kan hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget aanvragen. Met een persoonsgebonden budget kan de cliënt zelf de gewenste ondersteuning inkopen. Het persoonsgebonden budget kan uitsluitend worden ingezet voor de kosten van de toegekende maatwerkvoorziening. De kosten van het wonen en voeding worden door de cliënt zelf betaald. De cliënt mag geen bijdrage in de kosten uit het persoonsgebonden budget betalen. 5.2.1Wettelijke voorwaarden Om een persoonsgebonden budget toegekend te krijgen moet de cliënt aan drie wettelijke voorwaarden (Wmo2015 artikel 2.3.6) voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om te beoordelen of hieraan wordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer: De kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een persoonsgebonden budget; Het mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen; of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ad 1. De cliënt moet in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Wanneer de cliënt dit niet zelf kan, kan hij hiervoor hulp vanuit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger krijgen. De consulent Beschermd Wonen zal beoordelen of de cliënt, eventueel met hulp, in staat is de bedoelde taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het belang van degene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt, mag nadrukkelijk niet boven het belang van de cliënt staan. De mate waarin de persoon aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed, invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen, speelt daarbij een belangrijke rol. De budgethouder kan worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslag in te dienen. Ad 2. De cliënt moet motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wil ontvangen. Ad 3. De centrumgemeente moet beoordelen of de met het persoonsgebonden budget in te kopen ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen moet: de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten wonen beschermd – ontwikkeling en wonen beschermd – stabilisatie moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn; dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen; moet de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben; heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante Hbo-opleiding (of Mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een Hbo-opleiding). De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat: de organisatie de cliënt betrekt bij het opstellen en evalueren van het ondersteuningsplan; de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ instelling/ hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuele behandeling; de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij/ zij niet alleen kan reizen, bij doktersbezoek of boodschappen doen; de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dichtbij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan; de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden; de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne); 5.2.2Ondersteunings- en budgetplan Om de in artikel 5.2.1 genoemde punten te kunnen beoordelen, verwacht de centrumgemeente dat de cliënt een ondersteunings- en budgetplan indient waar dit duidelijk in beschreven staan. In dit ondersteunings- en budgetplan legt de cliënt samen met de organisatie waar hij de ondersteuning wil inkopen afspraken rondom de gewenste ondersteuning vast. Het moet duidelijk maken dat de organisatie kwalitatief goede ondersteuning levert, die aansluit bij de gestelde doelen. In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk: waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan; hoe aan de, in het gespreksverslag of gezinsplan omschreven doelen wordt gewerkt; waarom voor deze ondersteuner is gekozen; wie het persoonsgebonden budget gaat beheren; waarom hij de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wil ontvangen; welke salarisafspraken zijn gemaakt; hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd. 5.2.3Beschermd Wonen en persoonsgebonden budget voor sociaal netwerk Er is een groep cliënten met een indicatie voor Beschermd Wonen overgekomen vanuit de AWBZ, die zelfstandig een woning huurt of bezit en zelf de ondersteuning regelt met een persoonsgebonden budget. Middels dit persoonsgebonden budget huren zij (24-uurs) ondersteuning en begeleiding in vanuit het eigen sociaal netwerk. Op basis van de Wmo 2015 en de toelatingscriteria Beschermd Wonen stellen de Achterhoekse gemeenten dat deze wijze van ondersteuning niet onder de definitie Beschermd Wonen valt. Immers, deze cliënten wonen niet in een accommodatie van een instelling en hebben geen 24-uurs ondersteuning van een professionele organisatie nodig. Wanneer hun indicatie afloopt en deze cliënten een nieuwe melding voor ondersteuning doen, zullen ze opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de huidige systematiek. Het onderzoek hiervoor zal door een consulent Beschermd Wonen in samenwerking met een consulent van de betreffende Achterhoekse gemeente worden uitgevoerd. In dit geval kan, wanneer sprake is van financiële achteruitgang, een overgangstermijn worden geboden. 5.2.4Spelregels persoonsgebonden budget Salarisafspraken Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd. De SVB faciliteert zowel betalingen via een vast maandloon als via facturering per uur of dagdeel. De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De centrumgemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de centrumgemeente het uitgangspunt dat een betaling via facturatie de standaard is. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de centrumgemeente. Betaling via een vast maandloon is mogelijk. Net als bij betaling via facturatie moet de cliënt de rechtmatigheid van de bestedingen kunnen aantonen en verantwoorden. Daartoe moet een administratie worden bijgehouden. Eventuele wijzigingen in de hoogte van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB. Wanneer een budgetbeheerder kiest voor betaling via maandloon moet hij in het ondersteunings- en budgetplan aangeven dat hij zich van deze verantwoordelijkheid bewust is. Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent Beschermd Wonen zijn goedgekeurd voordat de centrumgemeente het persoonsgebonden budget bij de Sociale Verzekeringsbank klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de centrumgemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen. De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het persoonsgebonden budget is gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekening van de cliënt. Indien als gevolg hiervan de cliënt minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, dan is dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest. Ondersteuning in het buitenland Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfskosten niet vanuit het persoonsgebonden budget worden betaald. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aan de cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulent zal hierbij toetsen of de besteding van het persoonsgebonden budget past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden. Daarbij geldt dat een persoonsgebonden budget maximaal dertien weken per jaar buiten Nederland mag worden besteed. Als de cliënt langer dan zes weken per jaar in het buitenland verblijft en daar ondersteuners inhuurt die niet onder de Nederlandse sociale- en belastingwetgeving vallen, zal de hoogte van het persoonsgebonden budget verlaagd worden op grond van het voor dat land geldende aanvaardbaarheidspercentage zoals bepaald door het Menzis Zorgkantoor regio Arnhem. Overige spelregels Het persoonsgebonden budget kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering. Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel