Naar hoofdinhoud
Artikel 28 van de Verordening beschrijft de mogelijkheden die de gemeente heeft ter voorkoming en bestrijding van fraude. Bij het voorkomen van fraude staat de voorlichting aan de ingezetene centraal. Deze moet vooraf weten wat zijn of haar rechten en plichten zijn. En wat de consequenties zijn bij het overtreden van de regels. In de aanpak van fraudepreventie maakt de centrumgemeente gebruik van de principes van het hoogwaardig handhaven: Vroegtijdig informeren: hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de consulenten Beschermd Wonen. Zij informeren ingezetenen vroegtijdig, tijdens het Gesprek, over hun rechten en plichten; Vroegtijdig detecteren en afhandelen: de consulenten Beschermd Wonen zijn ook alert op fraudesignalen. Bij twijfels over de rechtmatigheid, organiseren zij een huisbezoek; dit doet een beroep op de professionaliteit van de consulent. Intercollegiaal overleg over het bepalen van de te nemen stappen vindt zo nodig plaats. Optimaliseren van de dienstverlening: bij de inrichting van de werkprocessen wordt ook gekeken naar het effect van de werkprocessen op de bereidheid van ingezetenen om de regels na te leven; Daadwerkelijk sanctioneren: De centrumgemeente gaat er van uit dat de voorzieningen op rechtmatige wijze worden ingezet en verantwoord. Zodra er signalen zijn over onrechtmatig gebruik, wordt de nodige expertise binnen de centrumgemeente ingezet om nader onderzoek te doen. De centrumgemeente hanteert een krachtige consequent sanctiebeleid en een effectief opsporingsbeleid. Deze principes worden in samenhang uitgevoerd, zo kunnen ze elkaar versterken. Er is aandacht voor bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van individuele maatwerkvoorzieningen. Van de ingezetene wordt verwacht dat hij/zij mededeling doet van wijzigingen in hun omstandigheden, waarvan redelijkerwijs is in te schatten dat deze consequenties hebben voor de verstrekte voorziening. Ook wordt van de ingezetene verwacht dat hij/zij meewerkt aan onderzoek in geval van (vermoedens van) onrechtmatigheden. Voor wat betreft de beheersing van de risico’s zijn onder andere goede voorlichting/ communicatie, onderlinge samenwerking, eenduidige werkwijze en het persoonsgebonden budget-trekkingsrecht belangrijke maatregelen. Voor alle medewerkers van de centrumgemeente geldt dat zij zich aan de wetten moeten houden. Zodra er fraude geconstateerd wordt, moet daar op ingegrepen worden. Dit vertaalt zich er in eerste instantie in dat de consulent bij (vermoedens van) fraude met de betrokken ingezetene in gesprek gaat. De ingezetene heeft de plicht dit te melden bij de betrokken instantie. Wanneer aan deze oproep geen gehoor wordt gegeven zal de consulent Beschermd Wonen hiervan zelf melding moeten maken. In uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering worden gemaakt. Dit wordt dan opgeschaald naar het college.

Rechtspraak bij dit artikel