Naar hoofdinhoud
Het is normaal dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid als die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. De regering stapt af van het automatisme dat de overheid per definitie deze rol naar zich toetrekt, maar gaat niet zo ver om het sociaal netwerk te verplichten om ondersteuning te bieden waar dat mogelijk is. n. De gemeente Doetinchem hanteert het uitgangspunt dat het sociaal netwerk slechts betaald wordt, indien jeugdhulp vanuit dat sociale netwerk leidt tot betere of efficiëntere hulpverlening dan andere of professionele jeugdhulp, met het oog op de te bereiken resultaten. De volgende vragen spelen een rol bij de vraag of de inzet van het sociaal netwerk leidt tot betere en effectievere ondersteuning en dus de meest adequate mogelijkheid is om in de hulpvraag te voorzien: Is er sprake van een kind waarbij het bijvoorbeeld in verband met zorgcontinuïteit of de aard van de beperking, niet mogelijk of wenselijk is dat dit door een professional gedaan wordt? Moet de hulp op ongebruikelijke tijden geleverd worden, is de hulp vooraf niet goed in te plannen, op veel korte momenten per dag of moet de hulp op verschillende locaties geboden worden? De kwaliteit van de in te zetten hulp middels het sociaal netwerk moet geborgd zijn en wordt voorafgaand aan het besluit tot verstrekking, onder andere getoetst aan de hand van de volgende vragen: Is de zorgverlener capabel om de ondersteuning te bieden; hierbij wordt meegewogen of diegene: Voldoende opvoedvaardigheden heeft; Bereidheid heeft tot het volgen van trainingen/cursussen waar nodig; Bereid is tot samenwerking met professionals waar nodig; Niet overbelast is of dreigt te raken. Zie hierover ook de richtlijn (dreigende) overbelasting bij deze nadere regels, bijlage 2. Heeft de persoon die de ondersteuning biedt op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s); Is er bereidheid om te werken volgens het opgestelde zorg- en budgetplan; Is/wordt er een VOG overlegd door de beoogd ondersteuner, welke niet ouder is dan drie maanden? Ook is van belang dat de continuïteit bij ziekte of andere uitval door de zorgverlener wordt geborgd; Behandeling kan niet worden geboden door eerste en tweedegraads familieleden. Deze punten worden getoetst in het gesprek en middels het vooraf ingediende zorg- en budgetplan. Bij het afwegen van de grens aan eigen kracht en de overgang naar inzetten van een voorziening (betaling van het netwerk), wordt ook het belang van de beoogde ondersteuner om te voorzien in zijn/haar inkomen mee gewogen. De vraag die hierbij centraal staat is: heeft de beoogde ondersteuner voldoende mogelijkheden om naast de hulp die benodigd is voldoende inkomsten te genereren en zo niet, wat zijn daarvan de aantoonbare gevolgen.

Rechtspraak bij dit artikel