De jeugd- en gezinswerker neemt het besluit tot toekenning van een individuele voorziening op grond van het onderzoek naar de hulpvraag van de jeugdige en zijn ouders . Het besluit zal middels een beschikking, conform artikel 6 Verordening, zo spoedig mogelijk na het laatste gesprek aan de ouder en/of jeugdige, maar uiterlijk acht weken na de aanvraag voor een individuele voorziening, worden uitgereikt of toegestuurd.
In de beschikking wordt opgenomen:
Of de voorziening in natura of in persoonsgebonden budget wordt verstrekt;
Hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt;
Wat de te verstrekken voorzieningen zijn;
Wat het beoogde resultaat van de verstrekking is;
Wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking zijn;
Bij een verstrekking in natura wordt de beoogd zorgaanbieder benoemd in de beschikking
Indien er sprake is van een verstrekking in persoonsgebonden budget worden aanvullende eisen gesteld in de beschikking, conform artikel 6 van de Verordening:
Voor welke individuele voorzieningen het persoonsgebonden budget kan worden aangewend;
Wat het beoogde resultaat van de verstrekking in persoonsgebonden budget is;
Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget;
Wat is de hoogte van het persoonsgebonden budget en hoe is deze berekend;
Wat is de duur van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget is bedoeld; en
De wijze van verantwoording van besteding van het persoonsgebonden budget.
Op het moment dat de beschikking aan de aanvrager en minderjarige, van twaalf jaar en ouder, wordt verzonden, wordt tegelijk een opdrachtbevestiging verzonden aan de aanbieder indien de hulp in natura wordt ingezet.
De hulp kan starten nadat het besluit tot toekenning van een individuele voorziening is genomen en nadat een opdrachtbevestiging is verstuurd aan de aanbieder.
Met toestemming van de ouder met gezag en/of de minderjarige van 12 jaar en ouder wordt het onderliggende gezinsplan of gespreksverslag tevens toegestuurd aan de zorgaanbieder.
In het gezinsplan wordt indien nodig vastgelegd wie de regie heeft, zodat samenhang in de keten van hulp geborgd is. Degene die regie voert begeleidt het traject en zorgt voor op- en afschaling van hulp op het juiste moment.
14.1 Verwijzing door medici
Op grond van artikel 3a Verordening kunnen de huisarts, jeugdarts of medisch specialist rechtstreeks verwijzen naar door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp.
De jeugdige en/of een ouder kan met de verwijzing rechtstreeks naar een aanbieder. Om zeker te weten welk aanbod bij welke aanbieder gecontracteerd is of om nader advies in te winnen, kan de jeugdige en/of een ouder of de verwijzer contact opnemen met de jeugd- en gezinswerker. De aanbieder meldt zich bij de gemeente middels een ingevuld meldingsformulier. De aanbieder kan pas beginnen met het daadwerkelijk verlenen van hulp, zodra de gemeente een opdrachtbevestiging heeft verzonden aan de aanbieder. Op deze manier wordt voorkomen dat een niet gecontracteerde aanbieder of niet gecontracteerde hulp wordt ingezet na verwijzing en kunnen de budgetten bewaakt worden.
14.2 Toegang in gedwongen kader
Onder dwang wordt de ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel verstaan, uitgesproken door de kinderrechter- op verzoek van de raad voor de kinderbescherming. Voorafgaand aan dwang kan ook worden toe geleid naar drang: hulp uitgevoerd door een gecertificeerde instelling of door de jeugd- en gezinswerker, ter voorkoming van een ondertoezichtstelling.
De jeugd- en gezinswerker kan namens de gemeente toe leiden naar hulp in het kader van drang of dwang indien er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van de minderjarige, waarbij hulpverlening in het vrijwillig kader ontoereikend is of lijkt om die ernstig bedreigde ontwikkeling af te wenden.
Voor directe toe leiding naar dwang (ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel ) is daarnaast nodig dat hulp in het vrijwillig kader niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag.
Bij de afweging om toe te leiden naar het gedwongen kader wordt binnen de gemeente de benodigde expertise ingeschakeld, waaronder bijvoorbeeld een gedragswetenschapper.
De jeugd- en gezinswerker is transparant naar ouders en/of jeugdige over de (voorgenomen) toe leiding naar het gedwongen kader. Toeleiding vindt plaats middels de Jeugdbeschermingstafel, waaraan tevens ouders en minderjarige (afhankelijk van diens leeftijd) deelnemen. Als het gaat om het delen van informatie staat altijd transparantie voorop, tenzij de veiligheid van de minderjarige in het geding is. De professional stelt zich voor het delen van informatie elke keer onder andere de volgende vragen: Wat is het doel en de noodzaak voor het delen van gegevens? Is het proportioneel? En zijn er andere opties die minder ingrijpend zijn (subsidiariteit)?
In te zetten jeugdhulp (individuele voorziening) binnen gedwongen kader
De gemeente maakt samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instellingen over het inzetten van hulp binnen het gedwongen kader: het uitgangspunt is dat door de gecertificeerde instelling binnen het gedwongen kader van het gecontracteerde aanbod gebruik wordt gemaakt. In dat geval kan de jeugdige en/of een ouder rechtstreeks met de uitvoerder van de kinderbeschermingsmaatregel/ jeugdreclasseringsmaatregel naar de aanbieder, en wordt op dezelfde wijze het meldingsformulier en de opdrachtbevestiging gebruikt als bij de toegang via medici.
Het inzetten van hulp middels een persoonsgebonden budget in het gedwongen kader verloopt via de jeugd- en gezinswerker. De gemeente heeft samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instelling over inzetten van hulp middels een persoonsgebonden budget in het gedwongen kader.
Overgang naar meerderjarigheid in gedwongen kader
Een half jaar voor het bereiken van de meerderjarigheid neemt de uitvoerder van de kinderbeschermingsmaatregel in overleg en samen met de jeugdige en/of een ouder contact op met een jeugd- en gezinswerker om te bespreken of en welke vervolghulp eventueel nodig is.
14.3 Inzet SEZ en spoedeisende hulp
Als naar het oordeel van het Buurtplein bij de melding sprake lijkt van urgentie of dreigende onveiligheid zal het gesprek met de jeugdige en/of ouders met voorrang plaatsvinden. Indien sprake lijkt van een crisissituatie wordt de afdeling Spoedeisende Zorg van Jeugdbescherming Gelderland in gezet.
De afdeling Spoedeisende Zorg (SEZ) van Jeugdbescherming Gelderland is in geval van crisis 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor iedereen op telefoonnummer 0900-99 555 99.. SEZ is indien nodig binnen drie uur na de melding ter plekke en beoordeelt en stabiliseert de crisissituatie. Spoedhulp van een aanbieder kan vervolgens ingezet worden na een interventie en daartoe strekkend advies van SEZ. De aanbieder die de spoedhulp uitvoert op advies van SEZ meldt de inzet van hulp direct en uiterlijk binnen vijf dagen bij de gemeente. Een voorafgaande beschikking van de gemeente is niet nodig voor inzet van spoedhulp van de aanbieder. De jeugd- en gezinswerker en aanbieder van spoedhulp maken met elkaar afspraken over de samenwerking tijdens het spoedhulptraject, met het oog op eventueel in te zetten vervolghulp. De bevestiging van de gemeente tot toekenning van de spoedhulp zal zo snel mogelijk na de start van de hulp in een beschikking worden toegestuurd.
14.4 Geldigheidsduur beschikking en tussentijdse wijziging
Een besluit tot toekenning van een verstrekking heeft een maximale geldigheidsduur van twee jaar. Dit geldt voor zowel een verstrekking in natura als een verstrekking van een persoonsgebonden budget. Indien het gaat om een individuele voorziening die gericht is op stabilisatie en er is sprake van een situatie waarbij geen verbetering meer wordt verwacht, kan de beschikking voor een langere duur afgegeven worden, tot maximaal meerderjarigheid.
Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening pleegzorg kan verstrekt worden tot meerderjarigheid, als dat past bij het perspectief van de plaatsing.
Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening als bedoeld in het eerste lid kan tussentijds worden aangepast op basis van een door de jeugdhulpaanbieder gewijzigd hulpverleningsplan. De jeugd- en gezinswerker beoordeelt de noodzaak van een tussentijdse wijziging.
Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening vervalt, indien de jeugdige of zijn ouders zich niet binnen zes maanden hebben gemeld bij een aanbieder voor jeugdhulp.
Een reeds verstrekte voorziening kan worden ingetrokken of aangepast als er sprake is van wijzigingen in de persoonlijke situatie van betrokkene of als er sprake is van een beleidswijziging. In dat laatste geval zal een redelijke overgangstermijn in acht worden genomen.
14.5 Beëindiging of verlenging jeugdhulp
De jeugdige en/of ouder neemt acht weken voor de beoogde beëindiging van de hulp (telefonisch) contact op met de jeugd- en gezinswerker en met de aanbieder om te bespreken of verlenging van de ingezette hulp nodig is. Dit geldt tevens indien verlenging van jeugdhulp na meerderjarigheid noodzakelijk is. Als de cliënt zich minder dan acht weken voor afloop van de indicatieduur meldt, kan het zijn dat de nieuwe indicatie niet direct aansluit op de oude.
De jeugd- en gezinswerker zal in overleg met de jeugdige en/of ouder, aanbieder en eventuele andere betrokkenen een besluit nemen met betrekking tot de noodzaak tot verlenging van de hulp. Indien de hulp voortgezet moet worden, zal een nieuwe beschikking aan de ouder en/of jeugdige en een nieuwe opdrachtbevestiging aan de aanbieder verzonden worden.
Bij beëindiging of vermindering van de indicatie wordt indien nodig een redelijke overgangstermijn in acht genomen. Ditzelfde geldt als de indicatie wordt aangepast van persoonsgebonden budget naar zorg in natura. Een overgangstermijn bedraagt maximaal zes maanden. Voor het bepalen van een overgangstermijn en de eventuele duur van die overgangstermijn wordt per individueel geval meegewogen of de wijziging op verzoek van de cliënt plaatsvindt, of de voorziening nog gebruikt wordt en in welke mate de cliënt afhankelijk is van de voorziening.
Hoofdstuk
Artikel 14