Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. Voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument ter inzage. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek
Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan op te stellen en stelt hem gedurende 7 dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. In dit plan staat gemotiveerd aangegeven welke ondersteuning volgens de cliënt nodig is. Het opstellen van een persoonlijk plan is een vrijblijvende mogelijkheid voor de cliënt en geen verplichting. Het persoonlijk plan moet wel voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Wmo 2015 artikel 2.3.2.
Naar aanleiding van de melding vindt een gesprek plaats. Dit gesprek vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen woon- en leefomgeving en met degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger en desgewenst familie of een cliëntondersteuner.
Bij het in kaart brengen van de persoonlijke situatie en de ondersteuningsbehoefte wordt gebruik gemaakt van de Zelfredzaamheidmatrix (Zrm) 2 De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) is een meetinstrument dat door de GGD Amsterdam in samenwerking met de Gemeente Rotterdam is ontwikkeld. De meest actuele versie van de ZRM is te vinden op: www.zelfredzaamheidmatrix.nl. . Met behulp van de Zrm wordt de situatie van de betrokkene levens breed en integraal in beeld gebracht.
Tijdens het gesprek is er ook aandacht voor:
De behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning
De mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang.
De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang.
De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
De mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
De mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp,
Onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
De mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
Welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd zal zijn;
De mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een PGB.
Hiernaast wordt tijdens het onderzoek rekening gehouden met de volgende factoren:
Als de cliënt een persoonlijk plan aan de gemeente heeft overhandigd, betrekt de gemeente dat plan bij het onderzoek;
De gemeente informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure;
Indien de cliënt of de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan in overleg met de cliënt worden afgezien van een gesprek.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Onderzoek
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Uithoorn 2017