1. Voordat een verlaging wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te
brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
c. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de
mate van verwijtbaarheid;
d. de belanghebbende zelf aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 3.
Horen van de belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2018 gemeente Schiermonnikoog