Het bevoegd gezag maakt slechts bij uitzondering gebruik van zijn in artikel 4:11, tweede lid, sub k. bedoelde bevoegdheid tot noodkap. Noodkap wordt toegepast in die gevallen waarin het onverantwoord is wegens acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang om de reguliere procedure voor het verkrijgen en gebruiken van een omgevingsvergunning te doorlopen.