Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Uitzonderingen

Onderdeel van Beleidsregels bijtincidenten honden

De burgemeester kan, in gevallen waarbij toepassing van deze beleidsregel gelet op het te beschermen belang leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbenden, afwijken van hetgeen in deze beleidsregels is bepaald. De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van deze beleidsregels en overgaan tot het toepassen van (spoed)bestuursdwang op grond van artikel 5:31, lid 2 Awb of directe inbeslagname van de hond op grond van artikel 172, lid 3 Gemeentewet. Indien inbeslagname het gevolg is van het toepassen van lid 2, vindt na de gedragstest overleg plaats met de eigenaar/houder van de hond. Indien de gedragstest daar aanleiding toe geeft en de eigenaar/houder de hond terug wil hebben wordt alsnog een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd conform het gestelde in artikel 3. Hierbij kan de burgemeester aan de eigenaar houder ook de plicht opleggen om maatregelen te nemen op zijn/haar eigen terrein zodat zijn/haar hond niet onbegeleid van het eigen terrein kan afgaan/kan ontsnappen van het eigen terrein. Indien de situatie van lid 3 zich heeft voorgedaan en de hond vervolgens een nieuw bijtincident veroorzaakt wordt alsnog toepassing gegeven aan de procedure beschreven in artikel 6 van deze beleidsregels. In de gevallen waarbij al een gedragstest heeft plaatsgevonden hoeft er geen nieuwe gedragstest plaats te vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel